Overweging van Corinne van Nistelrooij OP, 18 jan. 2026
Eerste lezing: Jesaja 49, 3, 5-6
Evangelie: Johannes 1, 29 - 34
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
In de jaren dat ik hier werk heb ik al heel wat kindjes gedoopt. Een enkele keer een volwassene maar meestal baby’tjes, soms iets grotere kinderen. Dat gebeurt dan op zondagmiddag hier in het koorgedeelte. Vaak zijn het prachtige vieringen en zijn ouders ontroerd door het ritueel. En raakt de liefde voor hun kind aan de liefde van God.
Voorafgaand aan het doopsel zijn er twee momenten van samenkomen: er is een geloofsgesprek met de ouders en vervolgens een gesprek over de invulling van de liturgie. Ouders stellen die samen in overleg met de voorganger.
Nu schat ik dat ik van alle ouders van kinderen die ik gedoopt heb er maar een kwart nog af en toe in de kerk komt. Dat is vreemd toch? Wél kiezen voor een doopsel voor je kindje, dat intensief voorbereiden en er daarna geen vervolg aan geven?
Ik moest hier aan denken toen ik de evangelietekst voor vandaag las. En dat ik er aan moest denken lag aan de getuigenis van Johannes. Hij vertelt ons wat hij gezien heeft tijdens de doop van Jezus. Dat hij de Geest uit de hemel zag neerdalen en dat de Geest bleef rusten op Jezus. De Geest bleef bij Jezus.
Blijkbaar is er dus iets aan de hand met die Geest tijdens het doopsel. Iets dat nodig is om werkelijk een doop te bekrachtigen. We zouden het een zending kunnen noemen, dat het gaat om wat deze persoon er mee gaat doen.
Ik denk dat er ook zoiets nodig is bij jonge ouders die hun kind laten dopen. Maar ook bij ons, iets als je afstemmen op het Ene goddelijke… je openen, en hierin rusten. En daarmee ook: de Geest de mogelijkheid geven om in jou te rusten. Om in jouw ziel aanwezig te blijven, en je daarmee één te maken met alles om je heen, als een eenheid, alles in allen.
Die Geest kan dan in jou een licht doen ontbranden. Zoals het staat in de tekst van Jesaja. Daar wordt iemand geroepen tot dienstknecht van de Heer. Hij beklaagt zich over zijn leven; hij is krachteloos geworden en moe. Al zijn inspanningen leken tevergeefs. En toch zendt God deze man om zijn volk terug te brengen uit de ballingschap. “Ik zal je maken tot een licht voor alle volken”, zegt de Eeuwige tot hem. Jesaja zal zichzelf op dat moment echt geen licht gevoeld hebben. Evenmin als wij ons lang niet altijd een lichtdrager voelen. Maar blijkbaar is dat voor God geen reden om je over te slaan en geen taak te geven. Nee. Jij, jij die vermoeid bent, moedeloos, verzwakt ook jij kunt mijn dienaar zijn. Want juist dóór je kwetsbaarheid kun je een licht voor de wereld zijn. Juist als je in alle eerlijkheid je zorgen deelt roep je bij anderen vaak empathie, steun en begrip op. Dat verlicht je last en kan nieuwe perspectieven geven. Het creëert een diepere band en versterkt de saamhorigheid in je relatie.
Johannes vertelt ons zijn getuigenis over de doop van Jezus. Als iemand je ergens op wijst, als iemand je helpt met kijken, dan verandert dat je blik. Ga maar eens met een boswachter door de natuur wandelen, grote kans dat je veel meer ziet dan wanneer je er alleen op uit was getrokken. Eenmaal gezien verandert het je hele beeld. Ook in het gelovige leven heb je soms een ander nodig die je aanwijst en laat zien met de ogen van het geloof. Johannes wijst ons vandaag expliciet op Jezus. Hij zegt: ‘Kijk, hier is Jezus, de Zoon van God.’ Dat is nogal wat!
Natuurlijk is er voor Jezus iets bijzonders gebeurd tijdens zijn doopsel. Maar vooral denk ik dat er bij Johannes iets bijzonders is gebeurd! En ik bedoel niet alleen bij Johannes de Doper, maar vooral ook bij de evangelist Johannes, de schrijver van het verhaal. (Dat is even verwarrend die twee Johannessen, maar hou ze uit elkaar 😉)
Het evangelie is aan het eind van de 1e eeuw geschreven. En de evangelist was waarschijnlijk enorm geraakt door Jezus. Door z’n ervaringen, door alles wat hij over Jezus gehoord had. Hij heeft ze diep in zijn binnenste bewaard, hij heeft ze overdacht en ze verzegeld. De Geest bleef rusten op hem, zou je kunnen zeggen.
De schrijver bleef er mee bezig, zodanig dat hij uiteindelijk lichtdrager kon worden en na jarenlange bezinning opschreef: ‘Kijk, deze man is de Zoon van God’. Dat is typisch Johannes: om de goddelijke identiteit van Jezus te benadrukken. Dat is een heel respectvol aanvoelen van het bijzondere van Jezus.
Daar is de Geest aan het werk geweest!
Die Geest, die hebben ook wij nodig. De Geest die troost, die stuwt, die verwarmd. Denk maar aan de zachte krachten in onszelf en in de wereld, de strijdvaardige krachten, de inspirerende krachten, de moedige krachten. Zonder de Geest hebben we geen leven. Het gaat om een symbiose tussen de Geest van God en de menselijke geest, om het belang dat zij elkaar vinden, dat ze in elkaar rusten.
Om die Geest te vinden hebben wij mensen een speciale antenne, en dat is onze menselijke geest. Mens-zijn betekent dat wij leren afgestemd te zijn op de Geest van God door wie ook Abraham, Mozes en Jezus zich met vallen en opstaan lieten leiden.
Zie het maar zo: God gebruikt zijn liefde om onze geest te verleiden om naar Hem op zoek te gaan. Want is de Geest van God niet de enige die ons leven en samenleven werkelijk mogelijk maakt? En hebben we in deze wereld niet verschrikkelijk hard mensen nodig die opstaan en in die Geest willen leven? Als we geconfronteerd worden met al die belangen en krachten die het ons moeilijk maken te geloven in de toekomst van de wereld, in de toekomst van onszelf, dan vertrouw ik op de óvermacht van Gods Geest. En op de kracht van mensen die deze Geest in zichzelf toelaten.
Als wij die verbinding met Gods Geest werkelijk voelen en ervaren zijn we ook in staat om iets van het goddelijke licht uit te stralen. Dan brengt het rust in ons hart en kunnen we daardoor licht brengen in hart van anderen.
