Overweging van Jozef Essing OP, 8 mrt. 2026
Eerste lezing: Exodus 17,8-15
Evangelie: Matteüs 6,5-15
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Stel je voor: met vele anderen trek je voort onder een brandende zon zonder schaduw
De hitte heeft ieder uitgeput. Ineens valt een roversbende de achterhoede aan
- het deel van de colonne waar de zwaksten zich bevinden
Een laffe en genadeloze overval: de vermoeide reizigers zijn kansloos
En toch: ze winnen, zolang Mozes op de berg de staf van God hoog houdt.
Maar als hij zijn arm laat zakken boekt de vijand, de bende van Amalek, winst
Heel aanschouwelijk wordt hier neergezet hoe Gods overmacht het verschil maakt:
de Israëlieten ondervinden dat zij het niet halen door hún kracht en kunde,
maar staande blijven en overwinnen door de kracht van de Eeuwige
- zoals later de muren van Jericho niet zullen instorten doordat zij die rammeien,
maar doordat zij in processie - bazuinblazers voorop - er omheen trekken.
Wat leren ze hiervan: wij komen er alleen als we ons toevertrouwen aan Gods leiding.
Heel ons zijn, al ons hebben en houden, is niet onze verovering; het valt ons eerder toe.
Het heeft iets weg van wat Sieneke schrijft bij de afbeelding op het liturgieboekje
Ik wil niet meer voortrazen - dit en dat zal en moet er uit mij komen. Intussen werkte ik aan een schilderij, zoekend, zonder eindbeeld voor ogen, maar steeds in vertrouwen.
Tot het in een zoekende beweging ineens af was.
Zo is ons leven een geschenk: niet wij bepalen vooraf wie we zijn
Het vraagt om op weg te gaan zonder ‘zus en zo zal en moet het gaan’,
met open aandacht voor wat naar je toekomt; en je daardoor bij te laten sturen.
Zo is ook ‘je toevertrouwen aan God’: actieve aandacht voor wat naar je toekomt
en voor de stem die in de stilte spreekt - het ‘voortrazen’ opgevend en loslatend.
Wij leven niet voor en van onze veroveringen, maar voor wat we t e d o e n k r i j g e n
Het gaat om ontvankelijkheid die tot inzet leidt
Dat klinkt ook in Jezus’ aanwijzingen over het gebed, in de woorden die Hij aanreikt:
Hij spreekt over de binnenkamer ingaan, bidden in het verborgene.
Daarmee is geen afkeuring bedoeld van het openbare gebed zoals dit samenzijn.
Het wijst eerder op iets intiems, een relatie waarin de een de ander leert kennen,
waarin de een niet enkel spreekt tot de ander maar vooral ook luistert
zodat beiden elkaar beïnvloeden, in de loop der jaren van elkaar iets meekrijgen
In die zin is bidden het eigen geratel even stilzetten en luisteren
naar de stem die in de stilte tot je spreekt.
Dat is niet minder dan een ommekeer: bidden wordt luisteren, in plaats van
God proberen om te praten om te doen wat wij zo graag zien gebeuren.
Onze hemelse Vader wéét wat wij nodig hebben, zo leert Jezus.
Dat betekent niet dat wij ons verlangen, wat ons raakt, weg moeten doen
maar dat wij alles wat ons raakt en beroert toevertrouwen aan God onze Vader
en Hem ermee laten doen wat Hij ziet als goed. Iemand schreef eens:
“Bidden is: het centrum verleggen”. Niet ik sta centraal maar wat God voorheeft
Eerst tot je door laten dringen dat Hij aan ons denkt, meer dan wij zelf kunnen!
In het Onze Vader wordt dit heel duidelijk: eerst uw naam, uw rijk, uw wil
en daarna pas ons brood, onze schuld, onze verlossing
De eerste woorden - onze Vader - beamen dan ook
dat Hij als een echte vader is met hart voor zijn kinderen.
Dan volgt de eerste bede: Uw naam worde geheiligd - dat wil zeggen:
laat de grote dingen die Gij hebt gedaan ook nu gebeuren
- licht in het duister voor wie geen uitzicht en toekomst hebben,
- nieuwe moed in hen die alle vertrouwen hebben verloren
- engelen van goedheid als helpers in nood
Vervolgens: Laat komen uw rijk: uw leiding; uw oprecht en weldadig en bestuur;
dat niet leugen en schone schijn het voor het zeggen hebben.
En: Laat alles gebeuren zoals U het wilt, niet zoals menselijke kortzichtigheid wil.
God is hier niet het hulpje. Het is niet zo dat wij onze plannen hebben,
en God vragen te helpen waar wij het niet alleen afkunnen.
Het is omgekeerd: God heeft zíjn plan zíjn droom, en schakelt ons in:
om vrede en gerechtigheid te brengen, om te sterken wie zwak staan.
Dan pas, als de engte van wat ons bevalt doorbroken is,
komen aan bod: ons brood, onze schulden, verlos ons.
Ons dagelijks brood: letterlijk: brood voor één dag. Niet een volle voorraadkast.
Hij wéét wat wij nodig hebben; de mens leeft van meer dan brood alleen
Want de mens leeft niet allereerst van wat hij/zij naar zich toehaalt,
maar vanuit een Stem die jou uit jezelf trekt en vraagt om aandacht, om inzet.
Zonder roeping geen leven. Als niemand een beroep op mij doet, wat maakt het dan uit
of ik er ben, met al mijn kapitaal op de bank, mijn huis als een kasteel.
Zie de vrijwilligers: niet om het salaris gaat het, maar om bij te dragen aan het geheel:
verbinding met anderen, met de geest van menslievendheid - die van God komt.
Die uitbraak uit ons naar uw klinkt ook in vergeef ons, gelijk wij vergeven hebben
Als jij niet vergeeft en verstart in wrok, kun je Gods ontferming niet ontvangen;
Gods bewogenheid en jouw starheid: die verdragen elkaar niet;
zijn warmte en jouw kilheid: die gaan niet samen.
Het Onze Vader vraagt dat wij ons afstemmen op Gods ruimhartigheid
- naar de mensen en de wereld proberen te kijken zoals de Menslievende kijkt.
Je kunt met meerderen een ruimte scheppen waarin je dagelijks kunt aansluiten
voor een half uur van stil worden, - het geraas in je laten resetten -,
je toevertrouwen aan wat opkomt, luisteren.
Daarna ga je naar je bezigheden - geen andere dan je gewend bent -;
maar je doet de dingen met een andere instelling: met meer aandacht
voor de mensen om wie het begonnen is, voor een menselijk klimaat.
Er is een mooi woord voor, in het Duits: Andacht
- gebed tot God en aandacht voor mensen ineen.
