Op de hoogte

Overweging van René Dinklo OP, 1 mrt. 2026

  Eerste lezing:  Exodus 19, 1-9+16; 20,1-17 (ingekort) 
  Evangelie:       Matteüs 17, 1 – 8

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

De beide lezingen voeren ons de hoogte op. Op de berg is er een vorm van direct contact met God. Het zijn ietwat wonderlijke verhalen. Maar op zich is het geen gek idee om bepaalde plekken te hebben waar contact met God beter gelegd kan worden. Denk maar aan de Joden die bidden bij de Klaagmuur in Jeruzalem, de muur van de oude Joodse tempel waar God woonde. Of de Kaäba in de moskee van Mekka voor de islamieten. En wij als christenen/katholieken? Denk aan de vele bedevaartsplekken, de bidkapellen in de kerken, de tabernakel….

Het is direct duidelijk wat Mozes doet. Hij gaat de berg op, naar God. En God spreekt. De Eeuwige roept in herinnering dat Hij de Bevrijder is en Hij doet een aanbod aan het volk. Het volk zal een heilig volk zijn als het Gods woorden ter harte neemt en het verbond onderhoudt.
Natuurlijk wil het volk dit. Je wilt een heilig volk zijn, maar het onderhouden van de woorden is een andere zaak en wordt lichtvaardig toegezegd.

Op de derde dag – de dag van de opstanding - leidt Mozes, het volk het kamp uit, God tegemoet.
Maar het volk blijft aan de voet van de berg staan. De heilige berg komen ze niet op.

In het evangelieverhaal horen we over een select gezelschap dat de berg opgaat: Jezus met Petrus, Jakobus en Johannes. Jezus verandert daar van gedaante, Mozes en Elia verschijnen en Jezus gaat met hen in gesprek. Wij horen niet waarover ze spreken. Petrus is onder de indruk en wil het moment vasthouden door tenten op te slaan.
De lezing onthult veel over de identiteit van Jezus. Je zou in de tekst kunnen lezen dat Jezus de nieuwe Mozes is en eerder in het Matteüs evangelie heeft Johannes de Doper Jezus al aangewezen als de Elia die zou komen. Jezus, Mozes en Elia vormen als het ware een drie-eenheid want Mozes staat voor de Wet, Elia voor de profeten en Jezus voor de vervulling van Wet en Profeten.
Bovendien wijst een stem uit de wolk Jezus aan als Gods geliefde Zoon waarnaar je zou moeten luisteren.

In de eerste lezing vraagt God om het onderhouden van de woorden en in het evangelieverhaal om naar Jezus te luisteren.

Goed, we zijn nu op de hoogte. Het gaat om het luisteren naar Jezus, eigenlijk dus om navolging, en om het onderhouden van de woorden. Heel specifiek draait dat laatste uit op de tien geboden.

Nu menen we te kennen wat daarmee bedoeld wordt. Maar pas op. Vanuit de traditie zijn we geleerd de tien geboden te verstaan in een eng moralistische zin. Zo zijn ze echter niet bedoeld.
Joden spreken ook over de Tien Woorden van de Sinaï i.p.v. de tien geboden.

In de katholieke traditie is het eerste gebod: Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.

In de Joodse traditie is het Eerste Woord echter:
‘Ik ben de Eeuwige, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij heeft bevrijd.’
Dit schept al een heel ander interpretatiekader. Bij de Tien Woorden gaat het in eerste instantie niet om te zeggen wat allemaal niet mag, maar het gaat om God, onze Bevrijder. Het gaat om bevrijding! Het gaat om Gods heerschappij, zijn daden, niet onze daden!
Zonde is God als Bevrijder ter zijde schuiven!
Geen godenbeelden maken, betekent niet dat kunstenaars geen religieuze kunst mogen maken. De essentie is dat we niet de beelden mogen verwerpen die God in onze geschiedenis maakt en die verruilen voor onze eigen afgodsbeelden. Het ultieme beeld van God is Jezus Christus. Dat beeld heeft de mens verworpen en gedood om eigen godenbeelden in stand te kunnen houden.
En bij het niet misbruiken van de naam van de Eeuwige, gaat het niet zozeer om een ondoordachte vloek die iemand uit, maar om een oproep om God niet te spannen voor je eigen karretje. God te misbruiken om je eigen wil er door te drukken.
De volgende woorden over de sabbat zijn in onze evangelielezing wat ingekort. Het begint eigenlijk met: ’Gedenk de sabbat’. Het is niet de bedoeling dat wij leven om te werken. Het moet een keer ophouden: één keer in de week (en één keer in de zeven jaar en één keer in de vijftig jaar). Dat gedenken dient ook te geschieden op de zes dagen dat we werken. Maar de zevende dag moet geheiligd worden. Eén dag die afgezonderd is van andere dagen waarin Gods beloften gevierd mogen worden en dat is wat anders dan een dag waarop vooral veel niet zou mogen.
Toon eerbied aan uw vader en uw moeder. Hoezo? Niet iedereen heeft positieve ervaringen ten opzichte van zijn of haar ouders, er kan ook misbruik zijn of geweld. Om het te begrijpen moet je ook doorlezen: ‘Dan zult u lang leven in het land van de Eeuwige.’ Vader en moeder worden hier niet ingeperkt tot je biologische ouders of je opvoeders . Met vader en moeder worden de mensen bedoeld die getuigen zijn van God als bevrijder. Het is dus breder bedoeld.

De laatste vijf woorden worden meestal versmald tot een ethisch programma. Maar deze woorden onthullen echter de heerschappij van God voor zover wij te maken hebben met medemensen.
Het verbod om niet te doden gaat erom dat wij onze medemensen erkennen. Een ieder kan een teken worden van Gods liefde. Daarom behoren we niet te doden: niet door een kogel, maar ook niet door een messcherpe tong.
Het verbod om overspel vraagt ook om een verbreding. Het erkennen van de mens als je medemens, vraagt erom dat je hem of haar niet verkleind tot een object van platte lust, maar hem of haar met tederheid, met liefde bejegent.
Steel niet is geen bepaling over het recht op privé-eigendom. Het gaat niet om een verbod op het stelen van voorwerpen, maar om het stelen van de mens d.w.z. we mogen geen mens opeisen voor ons eigen belang, niet uitbuiten, niet tot slaaf maken.
Dood niet, pleeg geen overspel en steel niet, zijn de essentiële voorwaarden om de mens te erkennen en de mens tot je naaste te laten worden. En als de mens tot je naaste is geworden, komen de volgende woorden in beeld, de volgende definities van een naaste.
Leg over een ander, je naaste, geen vals getuigenis af. Het gaat hier niet over liegen, maar over het gegeven dat onze naaste diegene is tegen wie je geen slecht getuigenis kunt geven anders dan door te liegen.
Het laatste woord om je zinnen niet te zetten op het huis van een ander, zijn vrouw, zijn slaaf of wat dan ook handelt ook hier niet over privé-eigendom. In deze definitie van de naaste gaat het om het volgende. Je naaste heeft een eigen geschiedenis, een eigen kring van mensen om zich heen, zijn eigen huis. Respecteer dat.

Beste mensen, zusters en broeders,
Vandaag worden we vanaf de hoogte op de hoogte gesteld in onze leerweg naar vrijheid. Deze bestaat uit de erkenning dat God onze Bevrijder is, dat God zijn Zoon naar ons heeft gezonden, die ons als de vervulling van Wet en Profeten de goede weg wijst. En de erkenning van de mens als je medemens, een vrij mens die je naaste kan worden.