Er zijn grenzen

Overweging van Jan Groot, 22 feb. 2026

  Eerste lezing:  Exodus 16, 1-7.13-20
  Evangelie:       Mattheus 4, 1-11

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

Eindelijk vrij!
Dat moet een onbeschrijfelijke ervaring zijn.
Eindelijk vrijheid!
Het slavenvolk is te langen leste mogen vertrekken
uit Egypte, het Angstland.
Maar eenmaal in de woestijn komt er een flinke terugslag:
ze lijden vreselijke honger.
Ze beginnen tekeer te gaan tegen Mozes en Aäron
(en indirect tegen God):
geef ons dan nog maar liever Egypte,
daar was - tenminste - volop vlees en brood.
Vaak wordt dit protest van het volk gezien
als ondankbaar, ontevreden geklaag,
maar ik wil graag hun advocaat zijn.
Honger lijden moet iets vreselijks zijn.
Het is een ware hel, waar steeds weer ergens op de wereld
mensen in terechtkomen.
Je kinderen helemaal niks te eten kunnen geven,
dat moet onverdraagzaam zijn.
En wat te zeggen van ons welvarende land
waar voedselbanken nodig zijn?
Voedsel, brood geeft waardigheid;
echte vrijheid begint met menselijke waardigheid.

Het volk in de woestijn vindt gehoor voor hun hongerklacht.
Ze kríjgen van God vlees, grote zwermen kwartels,
en het regent, het dauwt overvloedig brood,
voldoende voor iedereen: manna!
Maar – en dat is veelzeggend en belangrijk -
er is een beperking van godswege:
‘jullie moeten niet méér rapen dan je voor één dag nodig hebt’.
We hoorden hoe dat ging:
of je nou veel of weinig manna verzameld had,
in de praktijk hield niemand over en had niemand tekort.
En als je toch voor twee dagen had ingeslagen,
dan was het de tweede dag bedorven.

Het is bijzonder wijs en veelzeggend,
die beperking bij het voedsel rapen.
Dat is niet streng of bits bedoeld.
Bij vrijheid horen er voor God grenzen!
Die combinatie klínkt tegenstrijdig,
maar het is één van de eerste lessen in de woestijn:
er wordt ons een maat gesteld:
raap voor één dag brood, dat is genoeg!
Mateloosheid is immers een grote, hardnekkige kwaal,
die onze vrijheid kan ondermijnen.
Soms groeit mateloosheid zelfs uit tot iets van een verslaving.
Vandaar dat ons voor de komende weken op het hart wordt gedrukt:
probeer een vorm van vasten te vinden, oefen je in matigheid!
Genoeg is genoeg.
Wat mooi trouwens dat dit jaar
de Ramadan en de christelijke vasten vrijwel gelijktijdig beginnen!
Op Aswoensdag was er een opvallende advertentie in de krant,
van de bekende ontwikkelingsorganisatie Cordaid.
Genieten van het genoeg’, dat was de sprekende kop.
En in de toelichting: ‘tegen de tijdgeest in
(er is veel grenzeloze consumptie en honger naar macht)
zit er in dat woordje ‘genoeg’ een revolutionaire kracht’.
En dan:
     ‘wie weet wat genoeg is, is vrij.
     Vrij om te delen. Vrij om er te zijn voor een ander’.
En dan volgt er een pleidooi voor soberheid, solidariteit en spiritualiteit,
als heel kostbare waarden.
Het staat er prachtig bij elkaar in een krachtige oproep,
helemaal in de lijn van ons thema!

Ik neem jullie ook nog mee naar die andere woestijn,
naar Jezus in het evangelie.
Hij is daar - nota bene -  heengebracht door de heilige Geest,
met de bedoeling om getest te worden.
Het blijkt daar te gaan om drie eeuwenoude,
duivelse dilemma’s.

  1. De eerste keer is er - alweer – grote honger,
    geen wonder na veertig dagen en nachten vasten.
    Dan ben je heel kwetsbaar .
    De stem zegt tegen Jezus: als jij van goddelijke komaf bent,
    gebruik dan je macht, ‘beveel, en verander die stenen in brood’.
    Maar hij zegt:
         ‘ik leef van wat God me geeft,
         en  dat is meer dan brood alleen’.

  2. En dan zet de duivel hem bovenop de tempel,
    en daagt hem uit naar beneden te springen,
    ‘eens kijken of er hulp uit de hemel komt’.
    Een huiveringwekkende uitdaging, alle perken te buiten.
    En weer zegt Jezus ‘nee’. ‘Je moet God niet op de proef stellen.

  3. De plek van de derde beproeving is een hoge berg.
    ‘De hele wereld is voor jou’, zegt de duivel,
    ‘als je voor mij door de knieën gaat en mij aanbidt’.
    Een eeuwenoude, ook actuele verleiding is dat
    voor de machtigen van de aarde: ‘de wereld is van mij’.

En Jezus: ‘weg, Satan, ik aanbid God alleen’.
Hij weet, met psalmwoorden: ‘van God is de aarde’.

Drie keer wordt Jezus uitgedaagd
om een belangrijke grens op te zoeken en die te overschrijden.
Telkens is daarbij God in het geding
Drie keer zegt Jezus duidelijk ‘nee’.
Hij levert zich niet uit aan dingen die God tarten.
Hij behoudt zijn vrijheid en zijn waardigheid
door die grote grens te respecteren.
Dan verdwijnt de duivel van het toneel, en ja,
nú komt er hulp uit de hemel: (er staat)
‘meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen’.

Dat waren ze, onze twee eerste verhalen op weg naar Pasen.
Ze kunnen ons helpen om innerlijk meer vrij te worden,
en dat straalt altijd door naar ons dagelijks leven en samenleven..
Het is voor ons de opdracht en de uitdaging
voor heel de Veertigdagenweg.
Daarom bidden en zingen we straks, en het is woord voor woord wáár:

                        Neem mij aan zoals ik ben.
                        Zuiver uit  wie ik zal zijn.
                        Druk uw zegel op mijn ziel en leef in mij.