Overweging van Anneke Grunder OP, 16 november 2025.
Eerste lezing: Uit het boek 2 Samuël 5, 1 - 3
Evangelie: In de woorden van Lucas 23, 35 – 43
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Vandaag worden ons twee koningen getekend: David en Jezus. Maar de verhalen die we over hen horen, roepen bij mij wel de vraag op: wat maakt ze ‘in Godsnaam’ tot koning, deze veldheer en deze veroordeelde aan het kruis? En wat betekent dat voor ons, mensen van deze tijd?
David is een eenvoudige herdersjongen, schijnbaar onbetekenend. Als Samuël in het gezin van zijn vader Isaï een koning zoekt, is hij niet eens bij die belangrijke gebeurtenis aanwezig: Hij leidt en behoedt zijn schapen! Dat is belangrijker dan meedoen met een plechtig ritueel. Het is een taak die zorgzaamheid en moed vraagt. Als een wolf het op zijn schapen gemunt heeft moet David ingrijpen. Hij heeft geleerd dat hijzelf ondergeschikt is aan zijn taak. Het is een vorm van bescheidenheid en zachtheid.
Wij moeten goed kijken om zulk gedrag te herkennen, want onze blik is haast vanzelf gericht op hen die zich luid laten horen. Zo kwam ik lang geleden eens in een gezin waarin de man steeds het woord voerde. Het leek erop dat zijn vrouw niet meetelde. Maar langzaam ontdekte ik dat zij steeds op het goede moment in één enkele opmerking de belangrijke dingen zei, die het gesprek een goede wending gaven.
Ze ging rustig en vastberaden haar gang. Zo was ze uiteindelijk zijn meerdere, zonder hem ermee te kwetsen.
Ook Jezus is niet uit op status of macht. Hij gaat rustig zijn gang in vertrouwen op God. Hij weet dat wat hij te zeggen heeft niet van hemzelf komt, maar van de Eeuwige. Hij weet zich Zijn instrument. Ook hier dienstbaarheid en innerlijke kracht. Groots is dat!
Maar David en Jezus, doen meer. Eén keer koning weet David dat hij in zijn eentje geen veilig en stabiel rijk kan stichten. Hij beseft dat hij de stammen van Israël bijeen moet brengen tot één gemeenschap, als schapen van één kudde. Hij weet te verbinden door zijn oprechte houding en wint zo het vertrouwen van Noord én Zuid We hoorden hoe hij vervolgens wordt gezalfd tot koning van heel Israël.
In het klein zien we dat ook in ons leven gebeuren als mensen open en eerlijk het gesprek aangaan. Als ze kwetsbaar durven zijn en anderen tegemoet willen komen. Dan bouwen we aan een vorm van goed samenleven in gezin, werk en kerk.
Jezus gaat in dat verbinden nog een stap verder: Hij richt zich met liefdevolle aandacht op mensen die niet meetellen: lammen, mensen die zich niet staande kunnen houden in het leven, blinden, zij die geen licht meer zien, doven, die het woord van liefde niet meer horen. Ze staan zo aan de zijlijn.
Jezus schroomt ook niet om tollenaars, prostituees en zondaars op te zoeken. Zijn levensmotto is: ’ik ben niet gekomen voor gezonde, maar voor zieke mensen’. Hij oogst er alleen áfwijzing mee, maar laat zich er niet door ontmoedigen.
Gelukkig zijn er in onze gemeenschap mensen die Jezus’ uitspraak tot hun motto maken en in hun omgeving, in de zorg of de diaconie in het voetspoor van Jezus treden. Dat moeten we koessteren. Dat werk draagt onze kerk
Als laatste: de prijs die David betaalt voor zijn inzet is het risico dat hij in de strijd kan worden gedood.
Dat accepteert hij.
Zoveel strijders in Oekraïne kiezen vrijwillig die consequentie in hun strijd voor de onafhankelijkheid van hun land.
Jezus gaat daar nog verder in. Hij strijdt niet met wapens, hij staat voor de liefde en brengt zo het donker, dat wat niet deugt, aan het licht. Hij weet dat de leiders van het volk dit niet accepteren, dat dit hem zijn leven zal kosten. Maar zijn verbondenheid met en zijn trouw aan de Eeuwige zijn groter dan zijn angst. Hangend aan het kruis wordt hij op grove wijze bespot. Maar hij vergeeft zijn daders: ze weren niet wat ze doen. En als een medeveroordeelde zijn steun vraagt spreekt hij woorden van mildheid en vergeving en van vertrouwen in zijn Vader: ‘nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn’.
Die ‘Goddelijke doorschijnendheid’, maakt hem tot koning, tot een koning die onze kleine wereld overstijgt. Misschien mogen we hem daarom inderdaad ‘koning van het heelal’ noemen. Niet als de overtreffende trap van koning van onze wereld maar een koning die onze menselijke kleingeestigheid overstijgt. Een koning die weet dat dienstbaarheid en dood, loslaten en leven bij elkaar horen als de weg naar God, die alle grootheid te boven gaat.
En wij? Dat kunnen wij toch niet?? Nee, we zijn de Messias niet, dat hoeft ook niet. Maar ook nu zijn er velen die de moed hebben om niet weg te lopen als het moeilijk wordt. Zoals die jongeren in Soedan, een land in heftige burgeroorlog Ze ontvluchten het land niet, maar zetten gaarkeukens op voor de bevolking, die anders zou omkomen van de honger. Ze riskeren daarmee hun leven, maar ze blijven!
Daarmee zijn ze veel meer dan voedselverstrekkers Ze zijn een teken van hoop en liefde in een meedogenloze omgeving.
Jezus Messias is uniek, Hij gaat ons te boven. Maar wij zijn christenen, We gaan in zijn voetspoor. En als er ook maar een glimp van zijn liefdeskracht via ons naar de wereld afstraalt, is zijn rijk dichtbij. Zijn licht opnieuw ontstoken.
