Feest van Thomas van Aquino

Overweging van Erik Borgman OP, 25 jan. 2026

  Eerste lezing: Wijsheid 7,7-10
  Evangelie:      Matteüs 23, 8-12

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

1.
De katholieke traditie heeft een heel eigen gevoel voor humor. Op de feestdag van een van de belangrijkste leraren van de Westerse kerk de Middeleeuwse dominicaan Thomas van Aquino, houdt de kerk Jezus’ vermaning voor niemand op aarde ‘leraar’ te noemen! Niemand is onze meester of vader – zo’n ouderwetse vader die alles denkt te weten en die alles bepaalt – tenzij God. En we kunnen veel van Thomas leren, maar onze uiteindelijke leraar in hij niet.
            Nu kende Thomas zelf de tekst van het evangelie van vandaag ook en in zijn commentaar erop geeft hij Jezus groot gelijk. Wie waarheid wil spreken moet volgens hem allereerst leerling zijn en zich laten gezeggen door zowel de Bijbelse geschriften, waarin de goddelijke Wijsheid zich laat kennen, als door de de werkelijkheid waar wij deel van uitmaken, die op haar eigen manier evenzeer getuigt van Gods Wijsheid. Om Gods Wijsheid op het spoor te komen, zowel in de Bijbelse geschriften als in de werkelijkheid waaraan wij deelnemen, heb je volgens Thomas ten slotte ook nog je verstand nodig, verlicht door het geloof dat de Heilige Geest ons geeft.
           Wie dus wijs wil spreken moet zich vooral realiseren hoezeer zij of hij afhankelijk is.

2.
Thomas zelf was bij uitstek een leraar. Voor vele generaties na hem, maar allereerst voor de studenten aan wie hij les gaf. Thomas had een hoge dunk van het leraarschap. Direct voorafgaat aan de evangelie tekst die wij hoorden, zegt Jezus dat de farizeeën en Schriftgeleerden hebben plaatsgenomen op de leerstoel van Mozes (Matteüs 23,2). Dat is volgens Thomas geen verwijt, alsof ze deze leerstoel per definitie onrechtmatig zouden hebben toegeëigend. Zij hebben in beginsel de autoriteit om als leraren te spreken. Alleen: zij maken hun leraarschap niet waar.
           Volgens de evangelist Matteüs onderrichtte Jezus met gezag, en hij voegt hier ter verduidelijking aan toe: ‘niet zoals de Schriftgeleerden’ (Matteüs 7,29). Die onderrichten volgens het Matteüsevangelie niet om trouw te zijn aan Mozes, de vermeende schrijver van de Tora, de eerste vijf Bijbelboeken die voor Joden het hart van de Bijbel vormen. De farizeeën en de Schriftgeleerden onderrichten, zo hoorden wij Jezus’ zeggen, om bij de mensen op te vallen, een ereplaats te krijgen bij maaltijden, de voornaamste zetels in de synagogen (Matteüs 7, 6). Zij willen onderwijzen uit liefde voor de macht, de status en de eer die het oplevert. Jezus’ leerlingen echter, daarvan was Thomas ten diepste overtuigd, moet het te doen zijn uit liefde voor de wijsheid en de waarheid.

3.
De lezing uit het boek Wijsheid die wij hoorden laat degene die in de tekst aan het woord komt – en volgens de overlevering zou dat koning Salomo zijn – de eerste lezing presenteert koning Salomo als iemand die wijsheid en waarheid inderdaad hoog heeft. Waar de farizeeën en Schriftgeleerden volgens Jezus alleen in Wijsheid geïnteresseerd zijn voor zover zij hen macht, eer en rijkdom oplevert, verkiest Salomo de Wijsheid nadrukkelijk boven rijkdom, eer of macht.
           Gods Wijsheid laat ons alles wat tot ons spreekt verstaan en doet ons alles waarmee en waartussen wij leven op de juiste manier zien en horen. Wijsheid maakt ons duidelijk dat wij met al ons inzicht en al onze kundigheid in Gods hand zijn en blijven. Wijsheid maakt ons niet onafhankelijk van God en zij geeft ons niet de macht met Gods schepping te doen wat wij willen. Wijsheid leert ons hoe we thuis kunnen zijn in de wereld.

4.
Volgens Thomas van Aquino heeft God de dingen uiteindelijk geschapen ‘om zijn goedheid op de schepselen over te brengen’, zodat deze goedheid door de schepselen vertegenwoordigd zou worden. Alles wat bestaat. drukt op een eigen manier Gods goedheid uit en alle dingen samen, in hun overvloedige veelkleurigheid, suggereren Gods oneindig gevarieerde goedheid. ‘Wat het ene schepsel tekortkomt in het vertegenwoordigen van goddelijke goedheid, wordt door het andere schepsel aangevuld’. zegt Thomas. Dat is Gods Wijsheid.
           Tussen de andere schepselen en dankzij deze Wijsheid leven wij. Gods Wijsheid leert ons dus geen onafhankelijkheid, maar maakt onze afhankelijkheid duidelijk. Van de andere schepselen en daarin van God. De Wijsheid leert ons geen meesters te zijn, maar dienaren. Niet ons vermeende te veroveren meesterschap, maar onze dienstbaarheid is onze eer, zegt Jezus daarom.
           Er is veel toe doen over het feit dat het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek Genesis (1,18) spreekt over de verhouding tussen de mens en andere schepselen in termen van ‘onderwerpen’ en ‘heersen’. Dat is inderdaad nogal ongelukkig gebleken. Volgens het tweede hoofdstuk van Genesis plaatste God de mens te midden van de andere schepselen om de tuin die ze samen vormen ‘te beheren en te bewerken’ (Genesis 2,15). Wijsheid leren wil zeggen: leren hoe we onze wereld het best kunnen beheren en bewerken, zodat alles zoveel als mogelijk tot bloei komt – inclusief wijzelf. Hiervoor zouden wij ons niet moeten richten op rijkdom, eer of status, maar op ons verlangen naar genade en liefde, onze eer vindend in dienstbaarheid en ernaar hunkerend deel te krijgen aan Gods plannen.

5.
Over Gods tegendraadse plannen en over wat het is je daardoor te laten dragen, verhalen de Schriften. Zij spreken over Gods verrassende en ongrijpbare grootheid niet alleen in mensentaal en met menselijke beelden, zoals het Tweede Vaticaans Concilie gezegd heeft (Dei Verbum, no. 13), maar ook te midden van de pijnlijke weerbarstigheid van onze geschiedenis. Keer op keer lezen wij hoe het ‘zeer goed’, waarmee God de schepping karakteriseerde, lijkt te verkeren in zijn tegendeel. Maar telkens opnieuw wijst God dan een verrassende weg vooruit, licht er nieuw perspectief op.
            Jezus is daar de bezegeling van: in en door Hem is het rijk van God definitief op handen en staat op het punt van aanbreken, dwars door alles heen. ‘Licht is uitgezaaid voor de rechtvaardige’, zingt Psalm 97 (vers11), ‘vreugde voor de oprechten van hart.’ Je zou er kijkend naar het wereldtoneel niet spontaan op komen – en dat geldt niet alleen voor het huidige wereldtoneel. Wanneer vierde ooit het cynisme geen hoogtij, wanneer stonden sterken zwakkeren niet naar het leven, wanneer vielen de slachtoffers niet bij bosjes? Maar de Schriften blijven het herhalen: ‘Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden. […] Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden’ (Matteüs 5,4-6). Wijsheid die dit inzichtelijk maakt, valt inderdaad te verkiezen boven gezondheid en schoonheid, en schittert zonder ophouden (Wijsheid 7,10).
            Deze Wijsheid wordt nooit bezit. Deze Wijsheid ontvangen wij steeds opnieuw van God die onze meester is, van Jezus de Gezalfde, onze leraar, in zijn Geest.

6.
Waarschijnlijk kennen jullie het verhaal wel: dat Thomas van Aquino kort voor hij in 1273 stierf na een visioen of een droom liet weten niets meer te kunnen schrijven omdat al zijn teksten hem nu voorkwamen als stro. Zijn wijze woorden vallen in het niet bij de goddelijke Wijsheid die hij ermee wilde uitdrukken. Ik weet niet meer wanneer dat voor het eerst gebeurde, maar ik denk bij deze anekdote sinds enige tijd: ‘Repelsteeltje’! Jazeker, Thomas van Aquino en… Repelsteeltje!
            Volgens het sprookje kon Repelsteeltje goud uit stro spinnen. Dat is wat Jezus laat zien dat van Godswege mogelijk is: dat een leven dat in uiterlijke zin en naar menselijke maatstaf mislukt, dat ondergaat in spot en pijn, in lijden en dood, dat juist in een dergelijk leven een gouden draad wordt gesponnen. De Schriften getuigen ervan dat door de eeuwen heen en steeds opnieuw mensen zich bij deze mogelijkheid hebben aangesloten en op hun eigen manier uit het dorre stro dat het menselijk bestaan zo vaak is, verder hebben weten te spinnen aan deze gouden draad.

7.
Wij theologen zijn geroepen inzichtelijk te maken dat dit de kern van ons leven is en de taak van ons als predikers is het dit op een aanstekelijke manier te verkondigen. En als we eerlijk zijn realiseren wij ons net als Thomas steeds beter hoezeer dit onze macht te boven gaat.
           Als dominicanen weten we ons aangesproken door woord van Jezus dat na diens verrijzenis zegt: ‘Ga, maak alle volkeren tot leerling’ (Matteüs 28,19). In zijn commentaar op het Matteüsevangelie dat dateert van enkele jaren voor zijn dood, maakt Thomas van Aquino duidelijk dat als wij eerlijk zijn wij deze opdracht moeten beantwoorden met Non sumus sufficientes, daartoe zijn we helemaal niet in staat, daarvoor schieten wij tekort. Op zichzelf genomen kan een preek niet anders dan mislukken.
           Maar volgens Thomas is het ook helemaal niet de bedoeling dat een preek op zichzelf staat. Dankzij de Schriften waar de preek vanuit gaat, dankzij Gods Wijsheid die die oplicht in de schepping en de geschiedenis en dankzij het geloof van de prediker doet spreken en de toehoorder doet horen, worden wij geplaatst in de ruimte die God zelf is, de ruimte van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Door die ene die als enige onze echte leraar is, en ons blijft voorgaan en begeleiden, blijft voeden en verlichten. En Die belooft heeft met ons te zijn, tot de einden van de dagen.– Dat het zo mag zijn.