Overweging van Jozef Essing OP, 11 jan. 2026
Eerste lezing: Jesaja 42,1-4.6-7
Evangelie: Mat.3, 13
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Het is onderdeel van een mentale training: met afgetrapte schoenen en vodden aan het lijf,
zonder paspoort en andere pasjes twee etmalen doorbrengen in een grote stad.
Even lotgenoot zijn van een dakloze, in zijn schoenen de harde realiteit over je heen krijgen:
hoe mensen dan naar je kijken (of liever van je wegkijken) en doorlopen als je iets vraagt
De methode schijnt “De plons” te heten: je wordt werkelijk in het diepe gegooid
De zekerheden waarop je als erkende burger steunt vallen weg
- je ontdekt hoe afgeschermd je leeft van bijvoorbeeld daklozen/ongedocumenteerden.
Van alles komt over je heen. Het is werkelijk een doop - letterlijk: een onderdompeling.
Dat is precies wat Jezus in het evangelie van vandaag bedoelt, door zich te laten dopen,
tegen alle bezwaar in van doper Johannes is: “Dit heeft geen pas:
het gaat tegen alle verhoudingen in, U zou míj moeten dopen”.
Jezus zegt dat het wel passend is: dat hij daarmee de gerechtigheid volbrengt.
Wat bedoelt hij daarmee? Wel, kijken we naar de eerste lezing: wat staat daar?
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar;
het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.
Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Dit is het tegendeel van machtsvertoon, dat mensen bang en klein maakt.
Hij wil het zwak brandend lichtvlammetje in anderen niet uitblazen maar aanblazen.
Hier gaat en staat iemand die zó met ons omgaat, dat wij niet minder worden maar meer.
Niet het uitoefenen van macht telt voor hem, maar recht doen aan mensen,
niet verdelen en heersen, maar promoten wat mensen verenigt en samen sterk doet zijn.
Tegenover zogenaamd christelijke politieke leiders met gewelddadige ambities.
Ikonen in Oosterse kerken tonen Jezus die zich dompelt in de Jordaan
geheel ontbloot, ontdaan van alle tekenen van waardigheid,
als een tengere gestalte, zelf met zijn sterk vermagerd lijf een breekbaar riet.
En het water om hem heen beelden zij af als een donkere grot - het hol van de dood.
Want zoals hij positie kiest wordt hem door de potentaten niet in dank afgenomen;
het zal hem zijn leven kosten. Zoals een gezang het samenvat:
Heeft geen macht begeerd … geen aanzien als een godheid … heeft zich ontledigd …
Niemand met wie niemand zijn … lotgenoot en bondgenoot … tot in de doop van de dood
Maar wie het hem wél in dank afneemt: de hemel, het domein van God.
Die gaat open. De heilige Geest daalt op hem neer.
Het leven dat in hem ademt wordt één met de adem van God die vrede brengt.
In het water dat kan overspoelen en verzwelgen, dood en chaos brengen,
staat deze ontledigde Jezus als een anti-macht, als een baken van rust.
Op hem kan de duif van vrede landen zoals de duif die Noach uitliet na de grote vloed.
En een stem bevestigt dit: ‘Deze is mij uit het hart gegrepen: deze is mijn veelgeliefde zoon!’
De Oosterse ikonen beelden dan ook uit dat Jezus’ armen en handen - hoe tenger ook -
de oermonsters van het kwaad, uitgebeeld als kleine gedrochten, onder de duim houden.
Juist deze mens die bewust dienaar van allen wil zijn, is koninklijk, de echte heerser;
het is deze behoedzame en behoedende presentie, ‘voor kleinen nabij en bereikbaar’,
die de brute en niets ontziende krachten van het geweld bedwingt.
Dat geldt niet enkel van hem. Want ook wij zijn gedoopt: in de doop van Jezus, schrijft Paulus.
[De doop opgevat als bad: kopje onder, het oude achter laten, nieuw boven komen]
Zoals Jezus’ leven is voorgetekend en samengebald in de doop, zo ook het onze.
Zoals in ‘de plons’ waarmee deze overweging begon; dat is:
je niet afschermen van het harde leven dat mensen om ons heen leiden/lijden,
in hun schoenen staan en dan de hardheid van de struggle for life zo voelen
dat je wel in beweging moet komen. Het volstaat niet Jezus te prijzen en te danken.
Hij vraagt ons met Hem mee te bewegen en ons onder te dompelen
in de golven van de harde realiteit die inbeuken op je ‘zalig isolement’.
Wij kunnen niet de grote ontwikkelingen van onze tijd tegenhouden.
Keizer Augustus en koning Herodes zijn nog springlevend; het lijkt of niets hen tegenhoudt.
Meer dan ons lief is ondergáán wij het leven met zijn lief en leed.
Maar wat wij wél kunnen is: naast elkaar staan, meedragen, een ander geluid laten horen
- het kleine vlammetje van de hoop voorzichtig in elkaar aanblazen.
Jezus was ook onmachtig toen het kwaad zich sterk maakte tegen hem.
Maar toen de razernij van zijn vijanden over onze Heer heen kwam,
bleef hij vertrouwen op God en bemoediging naar anderen uitstralen.
Chaos wordt overwonnen door zoals Hij staande te blijven in het water
en dan te luisteren naar de “stem over het water” (Psalm 29)
Dan kan er licht komen in het duister, vaste grond in de zuigende branding.
Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood?
We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om een nieuw leven te leiden,
zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt.
