Overweging van Anneke Grunder OP, 15 mrt. 2026
Eerste lezing: Exodus 32, 1-14
Evangelie: Matheus 23, 23-39
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Het is vandaag zondag. Voor christenen is die dag wat de sabbat is voor het Joodse volk: de dag die bedoeld is om vrij te zijn, niet te werken voor een baas, niet bezig te zijn met geld verdienen. Zelfs slaven waren op die dag ‘vrij’.
Het is een dag om – in alle rust - tijd te maken voor wat we van waarde vinden:
ons gezin, onze vrienden, natuur en cultuur, God..
Het is bijzonder dat dit sabbatsgebod klinkt vlak voor het verhaal uit Exodus dat we net hoorden. Als Mozes bij God op de berg is gebiedt de Eeuwige hem het volk op te roepen om de sabbat te houden, als een dag om op adem te komen en het verbond met Go d in vrijheid te gedenken.
Wat intussen beneden gebeurt is precies het omgekeerde. Mozes komt maar niet terug. Het volk verliest het vertrouwen en wordt ongeduldig. Het neemt het heft in eigen hand en wil een heel ándere God, die hen leiden zal door de woestijn van het leven. Een God van goud.
Goud is in de loop der eeuwen van een ruilmiddel geworden tot symbool van bezit en rijkdom. Dat goud krijgt haast als vanzelf de vorm van een stier. Dat is het beeld van macht en geldingsdrang! Het volk onderwerpt zich dus aan het kapitaal, het grote geld en aan de macht die daaruit ontstaat, en die zich stevig laat gelden.
Een stier is nu eenmaal geen gemoedelijke os. Het is het oude Egypte, maar ze beseffen het niet. Ze zetten hem op een voetstuk en vieren feest.
Dit is geen oud verhaal, maar een werkelijkheid die soms heel dichtbij is.
Geld verdienen is goed. We hebben het nodig om te kunnen leven, maar als bezit een doel in zichzelf wordt is de volgende stap het verlangen naar meer. Dan speelt geldingsdrang op en verlangen naar macht om je nog meer te laten gelden. De uitwassen vinden we in kleine kring, maar helaas ook wereldwijd, in de macht van wereldleiders en grote bedrijven van multimiljardairs, die met hun geld invloed kopen en zo een tegengeluid uitschakelen. De waan van het eigen gelijk, de grootheidswaan, doodt dan de dialoog. Gebruik van geweld is dan de volgende stap en dat kost mensenlevens. We zien geweld genadeloosheid uitdijen.
Nee, de tijd van het gouden kalf is nog niet voorbij. Wat dan nu te doen?
De Eeuwige wordt er woedend van, zo zeer dat hij Mozes aanzegt dat zijn ‘brandende toorn het volk zal verteren’.
En dan gebeurt er iets prachtigs: Mozes zegt niet dat God ongelijk heeft. Hij begrijpt het, hij heeft zelf immers in woede over onrecht ook een Egyptenaar gedood. Maar hij laat dít niet gebeuren. Hij pleit bij de Eeuwige voor zijn volk, in uiterste trouw. Hij doet dat zelfs met lichte humor: ‘Wil je de Egyptenaren dan in de kaart spelen? Die zullen zeggen: hun God heeft hen bevrijd om hen van de aarde weg te vagen! Wees niet langer toornig, beantwoordt onheil niet met onheil!’
Hij herinnert de Eeuwige aan de belofte die hij aan Abraham en Israël heeft gedaan om uit hen een groot volk te laten voortkomen.
En de Eeuwige, Hij laat zich gezeggen. Onze God is een God die het goede van ons wil, maar hij is ook een vergevingsgezinde God, een God die ons ruimte geeft om de vrijheid te leren. Hij geeft ons steeds weer nieuwe kansen.
Die houding schept ruimte, maar ze is voor ons ook een opgave. De opgave om met de mildheid van de Eeuwige naar onze naasten te kijken. Want we leren allemaal met vallen en opstaan.
Daarom uit Jezus zijn machteloze woede naar de leiders van het volk van Israël.
Ze zijn precies in het uitvoeren van de religieuze regels en leggen die regels ook op aan het volk. Maar intussen leven ze niet volgens de Joodse kernwaarden, zoals recht doen, barmhartig en trouw zijn.
De Farizeeën leggen mensen zelfs regels op die ze zelf niet houden en maken intussen goede sier met hun uiterlijk vertoon. Zo knechten ze het volk, in plaats van hen als vrije mensen voor te gaan om in mildheid en begrip om te gaan met elkaar en met God.
Jezus kan dat niet verdragen, en lucht zijn hart en zijn gevoel van machteloosheid in een stortvloed van woorden. Het moet eruit. Het gaat hem daarbij niet alleen om het volk, maar ook om die leiders zelf. Hij gunt hen een betere manier van leven dan deze engte die henzelf ook gevangen zet:
'Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen
zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels,
maar jullie hebben het niet gewild’.
Nu zijn einde nadert weet Jezus dat hij dat los moet laten. Het valt hem zwaar. Achter deze stroom van woorden zit verdriet en vooral liefde.
Het is vandaag zondag. De dag waarop wij de ons gegeven vrijheid gedenken. Dat wij met vallen en opstaan mogen leren dat bezit, geldingsdrag en macht, uiterlijk vertoon of overdreven strengheid ons niet tot vrije mensen maken.
Dat mildheid, zachtheid, aandacht, barmhartigheid en recht de pijlers zijn van het ons beloofde land. Dat mogen we vandaag van onze God, die de zachtheid zelve is, vieren. Dat het – met erkenning van alle pijn en verdriet – zo zondag Laetare, ‘Verheug u!’, mag worden.
