Overweging van Jan Groot, 25 dec. 2025
Eerste lezing: Jesaja 52, 7-10
Evangelie: Johannes 1, 6-18
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Stel je eens voor ..
(het is misschien heel merkwaardig wat ik ga zeggen)
stel je eens voor dat woorden niet bestonden ….
Stel je voor: dat er gewoon geen taal was, geen zeggen, geen schrijven …
dus ook: geen kranten, gedichten, liederen, gebeden, kerstwensen,
geen Appjes, geen AI-teksten, noem maar op.
Als er geen taal was ………. noemden we elkaar niet bij name,
konden wij geen woorden geven aan onze pijn,
aan liefde, aan vreugde en hoop, aan ons geloof.
Trouwens: we zouden dan ook van een heleboel taal zijn verlost:
van alle gebral en leugens, van roddel en achterklap, en van alle grootspraak.
En natuurlijk, veel ‘gepraat’ is overbodig,
en zit vaak de rijkdom van de stilte in de weg.
Leven zonder woorden, zonder taal …
Dan is menselijk leven domweg onmogelijk,
en menselijk samenleven al helemaal niet.
Waarom begin ik vandaag zo apart, zo bijna filosofisch?
Omdat ik de evangelist Johannes wil begrijpen,
met zíjn ‘kerstevangelie’.
Hij noemt Jezus met grote nadruk ‘het Woord’.
Hij schrijft de kernzin: ‘het Woord is mens geworden’.
Johannes geeft vandaag het kind van Bethlehem
de eretitel ‘het Woord’.
Dus: de persoon van Jezus is even belangrijk en onmisbaar
als taal, als woorden.
Hij zégt ons met zijn leven, zijn woorden en zijn daden,
wíe Jezus God voor ons is.
De grote vraag is nu: wat mag dat voor ons betekenen?
Als je dat mij vraagt, zie ik vandaag simpelweg
het kerstkind in de kribbe voor me dat ons om leven vraagt.
Net als alle pasgeboren kinderen van de wereld
heeft het ons, heeft het mensen nodig;
anders heeft het géén toekomst.
Zo’n kindje is één grote schreeuw
om drinken, warmte, liefde, een thuis, om leven.
En als het later woordjes gaat verstaan
en weer later woordjes gaat brabbelen,
dan is dat telkens om te smelten.
Het Woord is mens geworden’, ‘vlees en bloed’.
Dat zegt Johannes over Jezus.
En dát Woord, van God gekomen, vraagt óns om leven, om toekomst,
om handen en voeten, om een hoofd en een hart.
We zijn bijna aan het eind van 2025.
Dat was een jaar met licht én veel donkerte.
Misschien was die donkerte voor jou dicht bij huis, of in jezelf.
In de grote wereld en in ons eigen land
gebeuren veel dingen om je grote zorgen over te maken:
oorlogen en oorlogsdreiging, steeds meer wapens,
allerlei vormen van geweld in de samenleving,
politieke leiders met hun eigen belangen voorop,
veel polarisatie en elkaar niet verstaan.
Het meest gaat het mij door merg en been
als er kinderen letterlijk ‘het kind van de rekening’ worden;
díe beelden zijn verschrikkelijk, die wennen nooit.
De vraag is: wat kan ons werkelijk méér licht, méér vrede brengen?
Daar zijn niet zo gauw eensluidende of makkelijke antwoorden voor.
Maar in de persoon van Jezus Messias, het levende Woord,
wordt ons vandaag een groot geschenk gegeven.
In Hem verschijnen de mildheid en de trouw van God.
Dat stemt tot grote vreugde,
zoals de eerste lezing luid en duidelijk verkondigt,
Wat is het kostbaar dat wij in de liturgie met elkaar,
steeds weer ons geloof in Hem kunnen vieren en delen.
Juist als het donker is, is dat extra nodig en welkom!
En dat slaat over naar buiten, naar ons leven en samenleven van iedere dag.
Dan gaan we iets van Jezus’ bewogenheid,
van zijn liefde en vredelievendheid, in ons denken en doen stoppen.
Dát zie ik steeds weer gebeuren.
Op wereldschaal zijn wij, kleine mensen, machteloos,
maar dichtbij huis kunnen wij mensen met onze ‘kleine goedheid’ (filosoof E. Levinas)
steeds weer het verschil maken.
Gelukkig zijn er voorbeelden te over van die kleine goedheid.
Ik zelf zag het dit jaar in de gezondheidszorg.
Door eigen omstandigheden had ik dit jaar
veel met verpleegkundigen en met dokters te maken.
Het is weldadig met hoeveel hartelijkheid en deskundigheid
ik ze hun werk hebben zien doen.
Maar dat gebeurt op zoveel plekken: in het onderwijs, in bedrijven,
in de buurt of de straat, in families, noem maar op,
dat mensen met liefde in actie zijn;
denk ook aan alle vrijwilligers, ook hier in het Rectoraat,
die altijd maar weer doorgaan en desgevraagd zeggen:
‘met liefde gedaan’.
Al die mensen weten het verschil te maken.
Of die groep buren die om een buurtgenoot-in-de-knel
heen gingen staan.
Of al die keren (over ‘taak’ gesproken)
dat een groet, een woord, een Appje, net op het goede moment komt,
en een wankel evenwicht de goede kant op duwt.
Wat een geluk dat er woorden bestaan!
En God dank voor het Woord van God
dat onder ons is komen wonen, en steeds weer leven krijgt,
van ménsen.
Ik eindig met een gedicht van Hans Andreus:
Geen Kerstkantate
Niet alleen in het holst
van de nacht van het jaar
iedere dag van het jaar
heeft het licht het koud.
Het vraagt om geen engelenstemmen,
het hongert naar
een beetje gerechtigheid
aan deze kant van de tijd.
En dromen doet het ook niet van
eeuwig hemelse zomers
in en om het vaderhuis,
het hunkert naar
aardse dagen ooit
zonder marteling en moord,
het licht dat van puur licht
kind is en woord.
