Overweging van Corinne van Nistelrooij OP, 8 feb. 2026
Eerste lezing: Jesaja 58, 7 - 10
Evangelie: Matteüs 5, 13 - 16
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Soms kan het hier in Nederland dagenlang grijs zijn, beetje heiig met een grauwe sluier over het landschap. Alles lijkt flets en zelfs de klok lijkt langzamer te lopen. En dan ineens, zomaar, kan plotseling de zon doorbreken. Niet een heel voorzichtig streepje, nee, echt helder licht. Alsof iemand een gordijn open trekt. En je merkt: het doet iets met je. Je adem wordt dieper. Je schouders zakken. Je denkt: o ja… zo kan de wereld er óók uitzien.
De profeet Jesaja gebruikt vandaag precies zo’n beeld. Hij zegt: als je je hart opent voor wie honger heeft, als je brood deelt, als je een thuis biedt aan anderen, dan zal je licht opgaan. En dan komt die prachtige zin: “je duisternis wordt als het middaguur.” Dat is geen gezellig lampje op de vensterbank. Dat is het volle licht, midden op de dag. Het soort licht waarbij je ineens ziet wat je eerder niet zag.
Jesaja spreekt in een tijd waarin mensen wel religieus bezig waren, met vasten bijv. en bidden en rituelen. Maar ondertussen bleef de samenleving hard en onrechtvaardig. We zouden de tekst van vandaag kunnen zien als een richtingwijzer waarin God zegt: laat je medemens niet vallen.
En: stop met wijzen naar een ander, met kwaadspreken en etiketten plakken. De oproep is duidelijk: gerechtigheid, solidariteit en oprechte aandacht zijn lichtbrengers.
Maar wij…. wij zoeken vaak licht op andere plekken: in mooie woorden, in nieuwe aankopen, in gelijk krijgen, in drukdoenerij. Maar God zegt: het echte licht ontstaat waar mensen elkaar recht doen. Waar compassie geen gevoel blijft, maar handen en voeten krijgt.
Ik hoor het mezelf zeggen en tegelijkertijd denk ik: ja, dat weten we nu wel. Horen we dat hier niet elke zondag? En daarbij komt bij mij de vraag op: hoe dan? Want we kennen ook het omgekeerde: je kunt je best doen, en toch blijft het donker. Je kunt geven, veel geven en hebt juist het gevoel alsof je leegloopt.
Laat ons eens kijken of het evangelie ons verder kan helpen.
Als Jezus in de Bergrede tegen zijn gehoor zegt: “Jullie zijn het zout van de aarde” dan duidt Hij echt op iets van grote waarde. In Jezus’ tijd was zout een zeldzaam goed en daarom ook kostbaar.
Zout was namelijk lange tijd zo kostbaar, dat het als betaalmiddel kon gelden. Zoiets als het goud nu. De goudprijs bereikt momenteel grote hoogtes. Goud is vandaag de dag zeldzaam en erg kostbaar. In onze tijd zou Jezus misschien gezegd hebben: Jullie zijn het goud van de aarde.
Dat voelt anders hè! Je bent GOUD! En wellicht zou Jezus uitdrukkingen gebruikt hebben als
‘Je bent goud waard’, en ook: ‘Heb een gouden hart’ en ‘wees zo eerlijk als goud t.o.v. je medemens’.
Jezus zegt dus: jullie zijn het zout, zo je wilt: het goud van de aarde. Jullie, wíj dus!
Dat is geen ópdracht van Jezus aan ons, nee, we zijn het al! Alsof Hij zegt: ik héb mijn licht al in jullie gelegd, verstop het nu niet. Het zit ons mensen dus ingebakken om een ander nabij te willen zijn, om voor elkaar te willen zorgen, en ook om een arm om ons heen te willen. Ik denk dat zelfs de grootste misdadiger ten diepste verlangt naar liefde. Al doet of zegt hij of zij het tegenovergestelde. Mensen zijn gemaakt voor elkaar. En dát is ons zout, ons goud, dat in ons zit.
Maar dat gegeven vraagt wél wat van ons. Want zout is niet bedoeld om in het zoutvaatje te blijven. Zout is bedoeld om iets smaakvols toe te voegen, iets goeds naar boven te halen. En goud is bedoeld om te stralen, goud voegt iets moois toe. En licht… een lamp is niet om onder een korenmaat te zetten, zegt Jezus.
Laat ik een heel simpel voorbeeld geven. Laatst zat ik ’s avonds op de bank, het was redelijk donker in de kamer en ik liet iets kleins vallen. Je kent dat: je kijkt, je voelt met je hand, je denkt: waar is het nou? En toen zei mijn zoon heel nuchter: “Mama, pak je telefoon en schijn ff met je zaklamp”. En natuurlijk zag ik het toen meteen onder de bank liggen. Niks wonderlijks, gewoon door het licht. En ik dacht: dit is het! Wij zijn degene die ons licht aan kunnen zetten als het nodig is. Het licht, het zout, het goud dat al in ons is! Niet met grote woorden, maar met kleine daden die zichtbaar maken wat anders verborgen blijft: waardigheid, hoop, menselijkheid. Licht is dus helpend, dienend. En daar horen we weer de woorden van Jesaja: licht ontstaat wanneer je de ander niet laat zitten in het donker.
Paus Franciscus legde dit eens zo uit: (en ik zeg het nu in mijn eigen woorden). Jezus richt zich tot leerlingen van alle tijden, dus ook tot ons, en Jezus beschrijft onze roeping in de wereld met die beelden van zout en licht. De paus gaf aan dat Jezus bedoelt te zeggen dat ons geloof niet alleen persoonlijk is (iets als: ik geloof in mijn hart, voor mezelf privé), maar dat het ons ook dwingt om het vorm te geven. Dat het ook zichtbaar wordt, voelbaar, werkzaam is.
En dan zou ik dat nog wel willen concretiseren: wie of wat, in jouw omgeving, zou jouw steun en aandacht nodig kunnen hebben? Naar wie of wat gaat jouw hart uit? En ben je bereid daartoe een stap zetten?
Ik gaf deze viering als thema mee: “Stralend als het middaguur.” Het middaguur is het moment waarop onze schaduwen heel kort zijn. Waar je er dus redelijk makkelijk overheen kan stappen.
Over je schaduw heen stappen…dat betekent het overwinnen van je eigen beperkingen, je angsten of je ego. Het betekent dat je iets doet wat je voorheen onmogelijk achtte. Het houdt in dat je persoonlijke belangen, je trots of je behaaglijke comfortzone opzijzet. Misschien is dat wel de genade van deze lezingen: dat God ons vraagt dat wij het licht niet tegenhouden. Dat we niet afdekken wat bedoeld is om te schijnen.
Mogen wij zo zout zijn: niet scherp, maar smaakgevend.
Mogen wij zo goud zijn: stralend en warm van kleur.
Mogen wij zo licht zijn: niet fel en verblindend, maar helder en richtinggevend.
En dat dan een ander, door ons heen, iets van God mag herkennen en zeggen:
‘Hier ervaar ik licht, hier is leven en hoop. Hier is iemand die mij ziet.’
