Aan wie is de toekomst?

Overweging van Jozef Essing OP, 1 feb. 2026

  Eerste lezing: Sefanja 2,3 + 3,12-13
  Evangelie:      Matteüs 5,1-12

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

Ik tikte in de internet-zoekbalk het woord gelukkig in. En wat verscheen op het scherm?
Tevredenheid, positieve emoties, blijheid, welzijn
Dit lezend moest ik denken aan de happinez-reclame vanuit de markt van welzijn en geluk:
Je materiële welzijn heb je binnen; nu nog het geestelijk welbevinden!
Op naar de volheid van geluk!

Maar wat hoorden we zojuist in het evangelie: wie zijn daar de ‘gelukkigen’?
- vervolgden: niet de succesvollen, naar wie wordt opgekeken, maar de uitgespuugden;
- treurenden: geen feestvierders maar mensen met een diepe pijn;
- hongerenden naar gerechtigheid: niét voldaan, hunkerend naar meer dan welvaart;
- armen van geest: geen gewiekste slimmeriken, maar mensen die het niet allemaal weten.
Hun toestand lijkt eerder beklagenswaard. Zij liggen in deze harde wereld op achterstand.
In de ogen van de machtigen zijn het losers. De happinez is voor hen niet weggelegd.

En wat te denken van die anderen die genoemd worden:
vredestichters, barmhartigen, zachtmoedigen, zuiver van hart?
Is het geen soft gedoe, waarmee je geweldenaars en grootsprekers niet tegenhoudt.
Wat hebben zij bij te zetten in de wereld van vandaag.
Ze hebben niet de dwangmiddelen om het verschil te maken.

Óf: moeten we eerst eens kijken naar dat woord gelukkig:
wat neemt Jezus precies in de mond als hij dat zegt;
welke klank heeft dit woord in de Joodse oren van zijn toehoorders; waaruit kennen zij het?
Wel: uit de oude Schrift waarnaar Jezus in zijn toespraken verwijst, met name het psalmenboek
Zo begint de eerste psalm met ‘Gelukkig de mens die niet meedoet met de spotters
die lachen om God en gebod … Hij is als een boom aan stromend water’
Die boom zal niet verdorren, hij staat er goed voor, is goed geworteld; hij heeft toekomst.
Er wordt niet gezegd dat die boom zich goed en behaaglijk voelt.
Stormen kunnen op hem inbeuken, intense hitte en langdurige droogte hem schroeien
Maar hij komt er doorheen, heeft veerkracht, groeikracht. Hij heeft toekomst.
Het verbond der sluwen die denken alles naar hun hand te zetten lijkt sterk, maar knapt af.

In het hele psalmboek speelt de kwestie: aan wie is de toekomst?
En in de psalm precies in het midden komt het tot een dramatisch hoogtepunt.
De bidder die het zoekt in eerbied en aandacht, in omzien naar en recht doen aan elkaar,
worstelt met figuren zoals die ook vandaag op het beeldscherm verschijnen,
bravourende bavianen die zeggen: “Wij hebben de toekomst,
de wereld is van ons, niemand die ons tegenhoudt.
Niet ‘God en gebod’ hebben de kaarten in handen; wíj hebben de macht.”
Iemand heeft ooit hun zaligsprekingen als volgt onder woorden gebracht:

Gelukkig als je veel weet en alles kunt,
want jij hebt het voor het zeggen op deze aarde.
Gelukkig als je een grote beurs hebt,
want ieder zal voor je buigen en de deur voor je opendoen.
Gelukkig als je je gepantserd hebt tegen alle narigheid,
want dan kun je zonder troost.
Gelukkig als je hard kunt zijn.
want niemand zal over je heen lopen.
Gelukkig als je je verzadigt aan de welvaart,
want je hebt alles wat je hart begeert.
Gelukkig ben je als je daarin slaagt:
populariteit zal je deel zijn;
want alle mensen met succes zijn zo opgeklommen

En het lijkt nog uit te komen ook. De bidder midden in het psalmboek raakt vertwijfeld: “Waarom heb ik vastgehouden aan uw opdracht? Heb ik op het verkeerde paard gewed?’
Na een heftige worsteling - even denkt hij zelfs aan opgeven - komt hij tot inzicht:
die mensen die de aandacht naar zich toe trekken en zich superieur achten,
het is hol gebral, schijn zonder inhoud, los van elke ondergrond; een zeepbel die wegwaait.
Gelukkig betekent dan: al ben je niet in een toestand van welbevinden, al heb je alles tegen,
je staat er niet alleen voor; je hebt een vast ankerpunt; je wordt gezien en niet vergeten.

De Zaligsprekingen gaan over een keuze, een keuze van twee kanten, wederzijds:
Als je de weg kiest van God en gebod, zul je merken dat je onderweg sterk wordt.
Of - in de woorden van Dag Hammerskjöld die in eenzaamheid worstelde
met zijn opdracht om als secretaris generaal van de Verenigde Naties
strijdende partijen tot elkaar te brengen - :
De opdracht koos jou – zij was sterker dan je pogingen om er vanaf te komen -;
dan zal de opdracht voor jou kiezen - jou steunen, aan jouw leven kracht en inhoud geven.
In zijn trant zou je de Zaligsprekingen zo kunnen formuleren:

Gelukkig ben je als je geen succes hebt en uitgespuugd wordt
want je staat vast en laat je niet meesleuren.
Gelukkig ben je als je je opent en kwetsbaar wordt
want je bent bereikbaar voor de mens die is zoals jij.
Gelukkig ben je als je kunt schreien en onvoldaan bent
want je zit niet opgesloten in je harnas.
Gelukkig ben je als je het niet allemaal weet en met lege handen staat
want je kunt ontvangen wat je wordt aangereikt

Pure geldingsdrang en zucht naar macht maken je eenzaam, ze sluiten je op in jezelf.
En in plaats van onkwetsbaar weet je je bedreigd door concurrenten die je moet afweren.
Gelukkig ben je als je beseft: ik red het niet alleen; ik heb een ander nodig om te leven
Je staat dan niet alleen. Je staat open voor onverwachte hulp van mensen
die zijn als engelen: redders in de nood.
En Hij die zelf de keuze heeft gemaakt van de zaligsprekingen
- met alle nood en ellende die dit met zich meebracht - Jezus die onze broeder werd,
Hij komt naar ons toe in deze viering om onze innerlijke kracht te worden,
Ga naar Hem toe; Hij nodigt ons uit - met woorden verderop in het evangelie van Matteüs:
‘Komt allen tot mij, die belast en beladen bent’, zegt Hij, ‘en ik zal je opbeuren.
Want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.’