
Wees niet bang
Overweging van René Dinklo OP, 21 jun 2026
Eerste lezing: Uit het boek Jeremia 20, 8 - 9.10 - 13
Evangelie: In de woorden van Matteüs 10, 26 - 33
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
‘Wees niet bang!’ Wat roept deze uitspraak bij u op?
Ik kan me voorstellen als je een angstige natuur hebt of wanneer je je zorgen maakt over je gezondheid bijvoorbeeld of over andere zaken, dat deze uitspraak je kan raken.
Maar misschien wil je helemaal niet bezig zijn met bangigheid of angstigheid en dan lijkt de oproep ‘Wees niet bang!’ de plank mis te slaan.
Een traditie zegt dat in de Bijbel de uitdrukking ‘Wees niet bang!’ ook wel vertaald met ‘Vreest niet!’ zo’n 365 keer voorkomt. Het idee hierachter is dat je dagelijks deze uitspraak tot je mag nemen als voedsel voor onderweg. Een mooie gedachte. De uitspraak komt vaak voor in de Bijbel, maar 365 keer? Ga er maar vanuit dat dit niet klopt.
De uitspraak ‘Wees niet bang!’ doet mij ook danken aan de gelijknamige titel van de biografie over het leven van de oud-bisschop van Breda Tiny Muskens die te boek is gesteld door Arjan Broers waar ik veel mee heb samengewerkt.
Jezus gebruikt in het evangelieverhaal de uitdrukking ‘Wees niet bang!’ in het kader van de zending van zijn leerlingen.
Hoe heeft Tiny Muskens dat in zijn werkzame leven als priester en bisschop vormgegeven?
Bij Tiny – een boerenzoon uit het Brabantse Elshout – ontstond het idee om als missionaris te gaan werken in Indonesië. Uiteindelijk ging hij daar in 1970 werken voor de Indonesische bisschoppenconferentie. Zijn plan was om een eigen Kaski-instituut op te richten: een onderzoeks- en expertisecentrum voor religie en samenleving. Dit kwam echter niet van de grond. Hij kreeg vervolgens het idee om de eenheid van het katholicisme in Indonesië op een andere manier te bevorderen. Indonesië bestaat immers uit vele eilanden met ieder een eigen geschiedenis en ook een eigen religieuze geschiedenis. Hij stelde een team samen om de katholieke geschiedenis op de vele eilanden te beschrijven en dat resulteerde in een toegankelijk standaardwerk van vijf banden met in totaal 3000 pagina’s.
Vanaf 1977 verbleef hij in Rome en werd rector van het Nederlands college. Dit college huisvestte Nederlandse priesterstudenten die in Rome een vervolgstudie deden. Het leek een aflopende zaak, maar Tiny hervormde het college en stelde het ook open voor buitenlandse priesterstudenten. Ook herontdekte hij daar de ‘Kerk der Friezen’. Hij wist mensen te mobiliseren om van deze vervallen kerk weer een bloeiende kerk te maken voor de vele pelgrims uit Nederland, katholiek of protestant, die Rome bezochten.
In 1994 werd hij bisschop van Breda en onbedoeld kwam hij geregeld in de publiciteit. In Nederland ging het met de welvaart goed, maar hij durfde het aan om het armoedevraagstuk weer op de agenda te zetten door in een TV-programma te zeggen dat hij vroeger al leerde dat Onze Lieve Heer het niet erg vond als een arme die zijn of haar kinderen niet kon voeden een broodje wegneemt.
Tiny was een gewone boerenzoon uit Brabant, maar hij zat niet bij de pakken neer als er iets niet lukte. Hij had de durf om nieuwe wegen in te slaan en als bisschop durfde hij het aan om controversiële standpunten in te nemen en het goede voorbeeld te geven door bijvoorbeeld wekelijks vrijwilligerswerk te doen in een huis voor mensen die leden aan dementie.
Kijken we even naar onze lezing over de profeet Jeremia. Hij behoorde tot de gevestigde orde binnen de samenleving, maar werd een profeet omdat hij niet anders kon. Zijn uitermate kritische boodschap werd ontvangen met spot en hoon, want hij verkondigde alleen maar rampspoed en ellende. De reden waarom hij kon volharden als profeet was het gegeven dat hij voelde dat God aan zijn zijde stond en dat zijn vijanden uiteindelijk zouden struikelen. Zijn Gods vertrouwen deed hem de angst overwinnen voor zijn vijanden.
In het evangelieverhaal bemoedigt Jezus zijn leerlingen. De verkondiging van het Rijk Gods is niet zonder risico. Zoals de leermeester tegenstand ondervond zo zullen zijn leerlingen ook tegenstand ondervinden. De angst voor tegenstand kan overwonnen worden door trouw te blijven aan hun roeping. En de verkondiging moet in alle openheid zijn. Soms benadrukte Jezus in zijn leven dat wat hij zei of deed niet geopenbaard moest worden aan anderen. Nu was de tijd aangebroken dat het juist wel verkondigd moest worden. Ga hierbij aan je angst voorbij. God zal voor zijn leerlingen zorgen, want hij kent immers het aantal haren op ieders hoofd!
Het Godsvertrouwen van Jeremia en de leerlingen om voorbij de angst op weg te gaan is echter geen garantie dat het goed met jezelf afloopt. Ook daarin kunnen we Jezus als voorbeeld nemen. Maar de kracht van het trouw blijven aan de verkondiging van het Rijk Gods heeft wel eeuwigheidswaarde. Het brengt dat Rijk Gods namelijk hoe dan ook dichterbij.
Zusters en broeders, beste mensen,
Iedere mens heeft angsten, de één wat meer dan de ander. De uitspraak: ‘Wees niet bang’ wil dit absoluut niet ontkennen. Het doet echter wel een beroep op je gelovige ondergrond in je leven namelijk het vertrouwen dat je leven geborgen ligt in Gods hand. Dat wat je ook overkomt God je nabij wilt zijn.
God is niet de oordelende God die je neersabelt, maar de God die wil opbouwen en die een beroep op je doet om zijn Rijk vorm te geven in het hier en nu met de mogelijkheden die je hebt.
En de oproep ‘Wees niet bang’ moge ook een appèl zijn om je niet te laten verlammen door angsten, maar om telkens op zoek te gaan naar andere/nieuwe mogelijkheden, de angst voorbij.



