Dominicanenklooster Zwolle
Terug naar overzicht
Steeds weer verrijzen

Steeds weer verrijzen

27 mei 2026

Overweging van Kris Oelbrandt OP, 24 mei 2026

  Eerste lezing:  Handelingen 2, 1 - 11
  Evangelie:        Johannes 20, 19 - 23

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

Zalig Pasen, broeders en zusters! Nee, ik heb me niet vergist van preek: vandaag, op het hoogfeest van Pinksteren, wens ik ieder van u van harte zalig Pasen. Want Christus verrijst niet alleen op Paasmorgen, maar iedere dag weer. Dat is precies wat we vieren met Pinksteren: de verrezen Christus is elke dag, elk moment, opnieuw midden onder ons.

Niet voor niets lezen we vandaag over de eerste verschijning van Jezus aan zijn leerlingen, net als in die eerste dagen van Pasen. We horen weer hoe Hij zijn leerlingen – ons dus – vrede wenst en ons Zijn Geest inblaast, letterlijk. En waaruit bestaat dan die Geest? Dat zegt Jezus met woorden die even poëtisch als concreet zijn: 'Als we zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; als we ze niet vergeven, dan zijn ze niet vergeven.'

Dat is veel gevraagd. Wij kunnen helemaal niet zo makkelijk iemands zonden vergeven. Dat valt ons vaak heel moeilijk, en niet zelden is het voor ons onmogelijk, een leven lang, om iemand iets te vergeven wanneer we ten diepste gekwetst werden. Soms moeten we het in dat geval aan God overlaten en kunnen we enkel bidden dat de ander vrede mag hebben.

Dat is de Geest waarin Jezus leefde en werkte, en die Hij ons probeerde in te blazen: wenst elkaar de vrede, ook je grootste vijand. Heb je vijand lief. Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. En dan wordt duidelijk, broeders en zusters, dat de Geest van God niet alleen op Pinksteren wordt genoemd en gevierd. Tijdens elke viering en in elk gebed proberen we ons opnieuw Gods Geest van liefde en vergevingsgezindheid te binnen te brengen.

De Paaskring, zoals de tijd van Aswoensdag tot Pinksteren genoemd wordt, is een periode van 90 dagen waarin door middel van talrijke beelden en verhalen in feite één verhaal verteld wordt: het verhaal van liefde, even sterk als de dood. De verschillende pijlers van die periode zijn niet meer dan verschillende belichtingen van dit ene thema. Laten we er kort op terugblikken.

Tijdens de veertigdagentijd, ingeluid met Aswoensdag, brachten we ons onze eindigheid te binnen: we werden opgeroepen tot nederigheid en vertraging, veel uiterlijkheid en franje blijkt helemaal niet te hoeven. Die nederigheid, dat besef van onze eindigheid, daar begint en eindigt heel het verhaal van liefde en vergevingsgezindheid mee: hoe kan onze medemens gelukkig zijn als wij ons boven hem of haar verheffen? Hoe kan onze medemens gelukkig zijn als wij de andere kant op kijken? Onze naaste is onze spiegel, die kunnen wij slechts aankijken als we onszelf zuiveren. Dat is liefde, dat is Gods Geest.

Op Witte Donderdag toonde Jezus ons hoe die nederigheid er concreet uitziet: Hij zorgt voor anderen in plaats van voor zichzelf. Hij wast de voeten van de anderen, Hij deelt brood en wijn uit en – ultieme blijk van zelfvergetelheid! – Hij laat Judas gaan om Hem te gaan verraden. Hij had net zo goed Judas tot de orde kunnen roepen of hij had kunnen vluchten. Maar dat wil Hij niet. Hij blijft, ook tegenover Judas, metterdaad bekommerd om de ander. Dat is liefde, dat is Gods Geest.

Op Goede Vrijdag komt dit hele verhaal tot een hoogtepunt. Jezus vecht niet terug wanneer Hij geslagen en gemarteld wordt, Hij blijft tegenover Pilatus getuigen van Gods liefde die in Hem woont en waardoor Hij zich Gods Zoon mag noemen. Tot op het kruis bidt Hij voor zijn beulen. Dat is liefde, dat is Gods Geest.

En zo wordt duidelijk, broeders en zusters, dat Goede Vrijdag en Pasen over één en dezelfde grandioze werkelijkheid gaan: liefde is even sterk als de dood. Wie leeft vanuit die geest, sterft niet echt, omdat het een geest van leven is. Als je leeft vanuit liefde, zal je lichaam wellicht sterven, maar jouw geest, jouw bezieling, jouw wil om verbonden te zijn met de mensen om je heen, die is onsterfelijk.

Liefde is even sterk als de dood. Dat betekent dat er twee werkelijkheden zijn: de werkelijkheid van de liefde en de werkelijkheid van de dood. Allebei zijn waar. Dat proberen de Paasverhalen ons duidelijk te maken: de verrezen Christus is écht de Jezus van vlees en bloed die heeft geleefd. Hoewel Hij is gestorven leeft Hij voort. Liefde is even sterk als de dood. Wie liefheeft, sterft niet.

Meer nog: wie liefheeft, leeft vanuit de Vader en blijft voor altijd met Hem. Dat beschrijft Hemelvaart heel beeldend, maar het gaat om iets heel concreets en herkenbaars: de vereniging met de Vader, God dus. Telkens wanneer wij leven vanuit liefde en vergevingsgezindheid, worden wij met Jezus opgenomen in wat wij 'hemel' zijn gaan noemen: daar waar God bij ons is en wij bij Hem zijn.

Tot slot, broeders en zusters: heel deze Paaskring, van Aswoensdag tot Pinksteren, staat bol van verhalen die soms moeilijk te geloven of te doorgronden zijn. Het vraagt heel wat "geest-kracht". Dat is Pinksteren. Het slotakkoord dat vandaag klinkt rondom heel het Paasmysterie is een slotakkoord over de kracht van verbeelding, de kracht van verinnerlijking en verdieping, de kracht van openheid voor het ongehoorde, het ongeziene, het onvoorstelbare. Christus is verrezen: ongelooflijk en toch waar. We heffen het glas met wijn op iets wat we nauwelijks kunnen bevatten, maar wat we diep vanbinnen aanvoelen als heel erg waar: liefde is even sterk als de dood. Halleluja!

Orgelrestauratie →
Steeds weer verrijzen - Dominicanen Zwolle