Dominicanenklooster Zwolle
Terug naar overzicht
Stem in de onrust

Stem in de onrust

09 september 2026

Overweging van Corinne van Nistelrooij OP, 6 sep. 2026

  Eerste lezing:  Ezechiël 33, 7 – 9
  Evangelie: Matteüs 18, 15 – 17,19 - 20

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

Daar staat ie: op de voorkant van de zendingsbrief: de vuurtoren. Werkende vuurtorens zijn in onze tijd met alle navigatiesystemen schaars geworden. Op het water navigeren schepen tegenwoordig met elektronische technologie. Hoezo komen we er dan bij om zo’n ouderwets beeld als een vuurtoren als symbool op de zendingsbrief te zetten?

Wel, een vuurtoren is een markant baken. Al vóór onze jaartelling verscheen de eerste vuurtoren. En in binnen- en buitenland zetten belangengroepen zich nu in om ze te behouden. Misschien komt dat doordat een vuurtoren eigenlijk iets heel eenvoudigs doet. Hij staat daar. Hij jaagt schepen niet op, hij roept niet naar de zee dat die nu eindelijk eens rustig moet worden. Hij probeert de golven niet tegen te houden. Hij staat daar en hij geeft licht.
Juist als het donker is, juist als het stormt,  juist als je op zee even helemaal niet meer weet welke kant je uit moet dan was daar altijd het vertrouwde licht van de vuurtoren.

Daarom vonden we dit een mooi beeld  om mee te geven aan een nieuw werkjaar. Want rustig is het niet. Niet in de wereld en soms ook niet in onszelf. Er zijn oorlogen, politieke spanningen in de wereld, klimaatverandering, zorgen over onze democratie en over de waarheid van wat we lezen en zien. We worden overspoeld door berichten en meningen.
En soms lijkt het wel alsof we met z'n allen op een schip zitten dat steeds hogere golven te verwerken krijgt. Dan kun je verschillende dingen doen.

Je kunt proberen de zee tot bedaren te brengen, een kleine bijdrage leveren door je in te zetten voor goede doelen, en je eigen levenswijze aan te passen.
Je kunt op zoek gaan naar een baken, dat geeft richting en houvast. Denk aan een ideaal, een geloofsopvatting die koers bepalend voor je zijn kan.
Of je kunt je ook overgeven en proberen de deining van de golven te aanvaarden en meebewegen met wat op je af komt. Dat is niet zomaar gedaan, ik heb dat zelf vaak meegemaakt op een boot. “Ik heb moeite met inslingeren”, zeggen we dan tegen elkaar.

In de eerste lezing krijgt Ezechiël van God de opdracht om wachter te zijn. De wachter staat op een uitkijkpost, hij kijkt uit over het land en houdt in de gaten wat er gebeurt. En wanneer hij gevaar ziet aankomen, moet hij spreken. “Waarschuw anderen”, zegt de Eeuwige, “dat is je taak”. Niet omdat de wachter het beter weet dan anderen, maar omdat hij ziet wat anderen misschien nog niet zien.  Maar let op: een wachter is geen redder. Hij kan het gevaar zélf niet wegnemen. Hij kan alleen zeggen: “Pas op! Ik zie iets aankomen.” Dat is de kracht die uitgaat van iemand die ons aanspreekt. Dat is ook wat Jezus tegen zijn leerlingen zegt: spreek elkaar aan.

Dat vraagt van ons enerzijds dat we de moed hebben om een probleem te bespreken, en zaken aan te kaarten. En anderzijds dat we ons iets laten gezeggen en horen wat de ander, wat de wereld ons te zeggen heeft. En ja dat kan ons overspoelen. De zendingsbrief zegt het eigenlijk heel eerlijk: ‘de stormachtige levenszee moeten we bevaren’. We kunnen er niet omheen.

Maar soms is er een vuurtoren, is er iemand die je richting geeft, is er iets dat een nieuw licht werpt op de zaak. Soms ook, kun je zélf een vuurtoren zijn! En er voor zorgen dat anderen op jou kunnen vertrouwen, dat je ze bijstaat als het moeilijk wordt.

En dan wordt het beeld nog mooier. Want een vuurtoren staat niet op zee. Hij staat op vaste grond. Dat is misschien wel zijn eerste betekenis. Temidden van alles wat beweegt, is er iets dat niet met iedere golf meebeweegt. De zee is voortdurend in beweging, maar de vuurtoren blijft staan.
Dat kan ook een beeld zijn voor hoe wij in ons geloof geworteld zijn. En hoe God ons nabij is.
Niet een God die ons uit de storm haalt wanneer we daarom vragen. Maar een God die er is. Die blijft. Die ons vanuit de verte een wenkend licht geeft waarop we kunnen vertrouwen.

En daarbij; onrust hoeft niet altijd iets te zijn waar we zo snel mogelijk vanaf moeten. Soms is het juist goed om onrustig gemaakt te worden. Een mens die zich nergens meer over verwondert, nergens meer boos of verdrietig om wordt, nergens meer door geraakt wordt,
die loopt misschien wel het grootste gevaar. De vraag is dus niet: Hoe kom ik van mijn onrust af? Maar: waar word ik nou precies door geraakt? Wat speelt er zich af in de diepere lagen van mijn innerlijk?

De zendingsbrief begint bij die zoektocht naar het ‘geraakt worden’. Misschien word je aangesproken door een concrete mens, door een verhaal, door een foto van iemand die je helemaal niet kent, maar die net als jij graag wil dat het leven goed komt. Misschien word je geraakt door de droge bladeren momenteel aan de bomen. Bomen, planten en struiken die het deze zomer zwaar hadden. Misschien word je geraakt door de ogen van iemand die ziek is, die je hulp nodig heeft. Misschien word je geraakt door de onbevangenheid en vrolijkheid van een kind.
Wat is er in jou leven dat je bezig houdt? En als je bij die kern gekomen bent dan kan het zomaar gebeuren dat er iets in je gaat spreken. Je zou kunnen zeggen dat is de stem van God die je raakt.

Terug naar de vuurtoren, want er is nog één ding dat ik mooi vind aan een vuurtoren. Hij geeft zijn licht zonder eisen vooraf, zonder pretenties, zomaar om niet. Hij schijnt voor iedereen die het nodig heeft.
Dat kan ook iets van onze zending zijn komend werkjaar. Dat we onbevangen naar anderen open staan en ons licht laten stralen. Gastvrijheid kan zo'n licht zijn. Pastoraat, diaconie, en goed gesprek, kinderwerk. Muziek, een viering, een stoel naast iemand die alleen zit.
De zendingsbrief benoemt al die verschillende vormen als licht: aandacht, ontmoeting, inspiratie, licht voor nieuwe generaties, en ook het stille werk achter de schermen. Niet iedereen hoeft hetzelfde licht te geven. Elke vuurtoren heeft immers zijn eigen manier van seinen en licht geven.

Jezus zegt in het evangelie: “Waar twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.”
Dat is geen garantie dat er geen storm meer komt. Het is een belofte voor ín de storm. Waar mensen elkaar vasthouden en samen zoeken. Waar ze elkaar aanspreken én elkaar niet loslaten. Waar verschillende stemmen mogen klinken, daar is Christus. Dat is een van de mooie dingen van geloven en samen kerk zijn. Niet dat wij weten precies weten hoe het verder moet met de wereld. Niet dat wij alle antwoorden hebben. Maar dat wij voelen, dat we weten dat we niet alleen varen.

Dat lijkt me een mooi vertrouwen om dit nieuwe werkjaar mee te beginnen. Dat wij elkaar blijven aankijken. Dat wij elkaar blijven aanspreken. Dat wij elkaar blijven horen. En dat wij, midden in de onrust, een stem laten klinken die leven geeft.

Orgelrestauratie →
Stem in de onrust - Dominicanen Zwolle