Dominicanenklooster Zwolle
Terug naar overzicht
Op rotsvaste grond

Op rotsvaste grond

23 augustus 2026

Overweging van Jozef Essing OP, 23 aug. 2026

  Eerste lezing:  Jesaja 22,19-23
  Evangelie: Matteüs 16,13-20

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.

Overweging

Het gebeurde tijdens een pastorale toerustingscursus voor vrijwilligers in parochies.
“We doen een rollenspel,” zei de leider. “Wie wil de rol van Jezus op zich nemen?"
Een 'vrijwilliger' werd verzocht plaats te nemen op een stoel die was klaargezet.
"Wie is Jezus voor jou?" was de vraag aan de kring. “Laat dit zien door letterlijk/lijfelijk positie te kiezen ten opzichte van degene die op die stoel zit."

Sommigen namen afstand, het hoofd tussen de handen: ja, wie is Jezus eigenlijk?
Een paar gingen dichtbij aan zijn voeten zitten: ik wil van hem leren, leerling zijn.
Een enkeling nam plaats op zijn schoot: ik voel me door hem gedragen.
Wie is Jezus, wat betekent hij voor mij? Die vraag kwam zo dicht aan je huid.
Moet je hem zien in het rijtje van grote leiders, beroemde leraren, zeldzame profeten
- "zoals de mensen zeggen dat hij is"? Of is hier meer?

Petrus spreekt dan iets bijzonders uit: U bent “dé gezalfde”, “dé zoon van God”.
Waar slaat die betiteling op? Op een droom die toentertijd leefde.
'De gezalfde', 'de zoon van God' is iemand naar wie oude joodse liederen uitzien:
een machthebber die niet zijn macht doet gelden, maar voor kleinen bereikbaar is,
die opkomt voor misdeelden, voor wie te lijden hebben onder brute macht,
een koninklijk iemand die werkelijk 'sjalom' komt brengen - weldadig samen-zijn.
Hij kleineert niet, maar maakt juist kleinen groot.
Dat is niet minder dan een revolutie – bedreigend voor de gevestigde machthebbers.
Dit grote gevaar moet voor hen zo snel mogelijk uit de weg, zoals een psalm zingt:

'Zij keren zich tegen God en zijn gezalfde;
maar dan spreekt de Machtige: "Jij bent mijn zoon”.'

Met andere woorden: Ik, God, sta achter je; wie aan jou komt, komt aan Mij
want wie jij bent en wat jij doet, het komt uit Mij voort.

'Dé gezalfde, dé zoon van God': daarmee zeg je nogal wat van een mens.
De kern van ons geloof is niet een wijsheid, een leer, ethiek, of spiritualiteit,
maar een concrete historische persoon en wat van hem uitgaat: Jezus uit Nazareth.
Hij zet onze wereld op de kop. Hij zegt: gelukkig ben je – je staat er goed voor –
niet tot winnaars maar tot losers: treurenden, armen, hongerenden, uitgespuugden
– mislukkelingen, die het niet gemaakt hebben:
mensen die wij liever niet zien, waar we niet bij willen horen.
En hij voelt zich thuis bij hen die het niet zoeken in groot worden boven anderen uit,
maar die zich met kleinen verbinden en als een kind kunnen ontvangen,
mensen met een zachte verbindende kracht – bepaald niet het ideaal van potentaten.

Proficiat, als je fouten kunt toegeven en ervan leren, zegt hij
Proficiat, als tot in tranen toe geraakt kunt worden
Proficiat, als je kwetsbaren niet wegzet maar je opent voor hun hoop en pijn
Proficiat, als je niet bang bent eerlijk en helder voor je geweten uit te komen.

En hij laat het niet bij woorden, hij komt genezen, metterdaad veranderen.
Tot mensen die opgesloten zitten in zichzelf, doof en blind voor hun omgeving,
zegt hij: 'Ga open', 'Sta op', 'Kom uit'. Hij is de grote bevrijder
die mensen terug komt geven aan zichzelf en aan elkaar.
Hij komt niet afschrijven, maar doofheid en blindheid genezen, lijfelijk en geestelijk.
Mensen die niet meekomen, aan de kant zitten, zet hij weer op de been.
door hem worden verhoudingen anders, omdat mensen zelf veranderen.

Petrus zelf ondervond het: die omvormende en dragende kracht van de Heer
– zo vermeldt Matteüs in de lezing volgens het rooster van vorige zondag.
Hij denkt, staat daar te lezen, dat hij over het water naar Jezus kan toelopen.
Zolang hij naar Jezus kijkt, lukt dat. Maar dan ziet hij de woeste golven en zakt hij weg.
Dus ook al wordt hij rots genoemd, hij heeft allesbehalve reden tot triomfalisme.
Het 'rots zijn' heeft hij niet van zichzelf!
In deze scène kunnen wij maar al te goed onszelf herkennen.
Wij belijden dat wij, persoonlijk en als gemeenschap, in navolging van Jezus,
niet onszelf zoeken maar anderen nabij willen zijn. Wij beamen zijn zaligsprekingen.
Maar als het dichtbij aan de huid komt en het lastig wordt, laten we het afweten;
we kijken dan weg en ontlopen onze verantwoordelijkheid. Want we worden bang.

En dat is precies wat Jezus Christus weg komt nemen: "Weest niet bang" zegt hij steeds.
Hij maakt dat ik mijn verantwoordelijkheid kán nemen, mijn leven durf te wagen.
Edward Schillebeeckx formuleerde eens meesterlijk:
“Ik krijg het te doen: onze Heer weet zelfs met mijn mislukkingen te werken.
Mijn onvrijheid, mijn tekort wordt opgenomen in zijn heilsplan.”
De basis van mijn vertrouwen is dan niet míjn kunnen of presteren,
maar zíjn vermogen om zelfs met het kwade ten goede te werken.
Catharina van Siena zag dit verbeeld in een visioen: Jezus plantte zijn hart in haar
– 'niet ik leef, maar Christus leeft in mij', als mijn diepste zelf.

“Wie is Jezus voor jou?” was de vraag.
En mijn antwoord wordt: ik moet hem de kans geven er voor mij te zijn.
Dat vraagt van mij dat ik biddend voor hem ga staan, zitten, of knielen,
met lege maar open handen.
Ik moet leeg worden van mijn dringen en dwingen;
het rumoer in mij moet bedaren,
zodat de vrede die van hem uitgaat binnen kan komen in mij
en mijn doen en laten zíjn doen en laten wordt.
"Kom in mij, win mij, overwin mijn bangigheid, mijn wankelmoedigheid;
dat ik standvastig en betrouwbaar word: onwankelbaar als een rots."

Zeker, Petrus is geroepen om heel specifiek in de kerk rots en sleuteldrager te zijn.
Maar ook wij kunnen het zijn, op ieders eigen wijze.

Orgelrestauratie →
Op rotsvaste grond - Dominicanen Zwolle