
Niet zonder u!
Overweging van Anneke Grunder OP in de viering van inkeer, 1 april 2026
Eerste lezing: Exodus 33,1-6.12-17
Evangelie: Matteüs 4,17.23-25
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Vandaag krijgen we een beeld van God getekend dat me doet denken aan een wanhopige moeder of vader, die machteloos moet toezien dat zijn of haar kind de verkeerde kant op gaat. Bij elk nieuw probleem begint het volk te klagen. Ze missen de morele volwassenheid om samen met hun God de weg te zoeken naar toekomst, naar goed samenleven. Hun blik reikt niet verder dan het heden en hun directe eigenbelang: nú moeten dingen opgelost!
Daarom ook kon het vervallen tot het aanbidden van een gouden stier, hét symbool van ongebreideld vertrouwen in macht en bezit, in eigen belang en eigen kunnen alleen.
Dan ga je je medemens al snel zien als instrument voor je eigen kleine of grote belangen in plaats van samen te staan voor toekomst voor allen en elkaar ruimte van leven te gunnen. Het is helaas een trend die we breed zien gebeuren in Nederland en wereldwijd. Dan heeft God, de God die oog heeft voor mensen om wie ze zíjn, het nakijken. Dan kan die God niet anders zeggen dan: breek op, zoek dat land van melk en honing, dat ik je zo innig gun, dat land waartoe ik je heb uitgeleid. Maar ga zonder mij. Ik doe daar niet aan mee, ik verdraag die weg niet, ik zou je kunnen aanvliegen. Ik zou je in mijn machteloze woede kunnen doden. Ik gun je het leven, ga dus zonder mij.
Maar wij zijn hier samen gekomen, dit uur, om ons juist tóe te keren naar hem, de Eeuwige. We weten van onze inzet en goede daden, van onze liefde, onze trouw en onze vergevingsgezindheid. Maar we beseffen ook onze gerichtheid op onszelf, onze eigen belangen, onze eigen toekomst. We weten van onze momenten van onbegrip, onze missers. We beseffen ons tekortschieten en onze machteloosheid waar het gaat om de agressie in de wereld. Jezus roept ons daarom ook op ons in te keren, d.w.z. ons toe te keren naar de Eeuwige. Hij is een lichtend baken in het donker van het leven, Zijn Woord een onmisbaar houvast.
Maar wat als die God ver weg lijkt? In de meest donkere uren van ons leven? Ik herken me in Mozes, die de Eeuwige toeroept: U hebt toch gezegd: ‘Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.’ Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn. Mozes weet hoe ‘onhandelbaar’ zijn volk is, hoe weerbarstig het steeds de verkeerde weg op wil, en toch wil hij niet alleen ‘gered’ worden. Hij zoekt niet zijn eigen belang, maar is solidair tot het uiterste. Wat hem betreft is de liefde van God voor hem alleen echt als Hij ook dat onhandelbare volk niet in de steek laat.
Ook wij staan midden in een samenleving van goed en kwaad, van egoïsme en solidariteit, van bruut geweld en belangeloze dienstbaarheid. Wij kunnen niet ontsnappen aan de werkelijkheid waarin wij staan. Wij mogen ons niet terugtrekken uit die wereld van licht én donker, van goed én kwaad. ‘Dan Eeuwige, U toch ook niet’, zeggen we Mozes na!
Onze God is een liefdevolle God, zelfs als hij niet mee wil om ons tegen zijn woede te beschermen. Maar hij is ook een redelijke en trouwe God: Hij laat zich door Mozes gezeggen. Ik ben jou goed gezind, ik zal doen wat je vraagt.
God trekt met ons mee, Hij heeft ons zelfs zijn zoon gezonden om ons op onze weg bij te lichten. Jezus Messias. Hij roept ons op tot inkeer, tot bezinning en tot toewending naar de Eeuwige, onze Vader, want, zegt Hij: het koninkrijk van de hemel is nabij! Dat is het rijk van liefde en goedheid, het rijk zoals hij de wereld bedoeld heeft.
Nee, het is niet voltooid, Jezus zelf is daaraan zelfs gestorven. Dat gaan we deze dagen gedenken. Maar wie zich, met vallen en opstaan, durft toe te vertrouwen aan zijn weg van liefde geeft midden in de chaos en het geweld mede vorm aan Gods koninkrijk. Die vindt vergeving voor wat niet lukt of wat zelfs ernstig fout gaat. Die mens vindt bovendien genezing van de pijn van het tekortschieten, van het verdriet om wat niet lukt. Hij laat zich daar niet door verlammen. Genezing, bevrijding vindt hij van de greep van de angst voor de grote processen die we niet in de hand hebben. Midden in de onvolkomenheid van ons bestaan is de Eeuwige nabij en is zijn Zoon genezend aanwezig.
Laten we ons dan met al ons tekort aan hen toevertrouwen. Dat we zo nieuwe Geestkracht mogen vinden.



