
Licht dat ruimte schept
Overweging van Corinne van Nistelrooij OP, 5 apr 2026
Eerste lezing: Handelingen 10, 34a. 37 – 43
Tweede lezing: 1 Korintiërs 5, 6b-8
Evangelie: Johannes 20, 1-9
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Viel het u ook op in de evangelietekst? Het tempo van die leerling die voorop liep? Wat liep hij hard die andere leerling! Ze liepen beiden snel, Petrus en hij, maar de andere leerling rende vooruit, zo staat er, sneller dan Petrus. Maar bij het graf aangekomen aarzelt hij om naar binnen te gaan.
De ‘andere leerling’, wie zou dat zijn? Van oudsher wordt deze leerling geïdentificeerd als de apostel Johannes. Elders in de Schrift wordt hij de leerling van wie Jezus veel hield genoemd.
Ook wel: Zijn geliefde leerling. In Bijbelcommentaren is men het niet helemaal eens of ‘de andere leerling’ wel of niet Johannes zou zijn. Maar… “de ándere leerling”, waarmee in de verte iets doorklinkt van “de geliefde leerling”, zou de schrijver daar niet de lezer mee op het oog kunnen hebben? Ons dus! En de ánder naast ons! Ieder van ons als een prototype van een geliefde leerling van Jezus. Wij die met hem meereizen, van Hem willen leren. Want als we het nieuws van het lege graf horen, lopen wij immers ook nieuwsgierig voorop: “Opstanding? Hoe kan dat? Hoe moet ik dat zien?”. Maar vervolgens deinzen we terug, net als het erop aan komt.
De andere leerling ziet bij het graf de linnen doeken liggen, de doeken waarin het lichaam van Jezus gewikkeld was maar hij schroomde om verder te gaan. Gelukkig is daar Petrus die wél naar binnen durft. We hebben elkaar dus nodig om daadwerkelijk verder te kunnen! Om de stap van donker naar licht aan te durven. Om na de confrontatie met pijn en dood, het leven weer een kans te geven. Om werkelijk óp te staan heb je nabijheid van anderen nodig. Al is de steen weggerold, al is er een opening waar eerst een blokkade was, dan nóg kunnen we in ons eentje de volle betekenis van Pasen amper bevatten.
Want we hebben weet van heel veel moeilijkheden; oorlogen, boots on the ground, een energiecrisis, aardbevingen. Noem Iran, Gaza, Oekraïne, Soedan, Syrië. Noem de Oeigoeren, de Rohingya. Discriminatie, agressie en geweld. Met zoveel ellende, dagelijks in het nieuws, kun je dan nog geloven in het licht? Heb je dan nog vertrouwen?
Maar let op: de Schrift helpt ons verder. Want dan staat er dat ene wonderlijke zinnetje over de leerling: Hij zag en geloofde. Er staat niet: hij begreep alles. Ook niet: dat hij het bewijs van de opstanding sluitend op papier had. Maar: hij zag genoeg om ruimte te maken. Misschien is dat wel één van de meest paasachtige zinnen die er zijn…
Geloven betekent dat je ruimte maakt voor het goede om je heen, dat je ruimte maakt voor je verlangen, voor dat wat je nog niet kunt verklaren, maar wat wél je hart raakt.
Het evangelie begint met een eenvoudige zin: Het was vroeg, toen het nog donker was.
Dat is dubbelop! Alsof God ons dubbel wil zeggen: Ik begin niet pas wanneer jij je leven op orde hebt. Ik begin niet pas wanneer de wereld veilig voelt. Ik begin precies dáár waar jij het donker kent. En daar, vooral ook dáár, mag je je openen voor het Licht. Dat Licht dat je ademruimte geeft.
Het Licht dat zegt: je zit niet vast. De wereld is niet opgesloten in de nacht. Jij bent niet opgesloten in je verleden.
En ja—de wereld blijft donkerte kennen. Er zijn oorlogen, er is onveiligheid, dood en verdriet.
Maar Pasen is het nieuws dat het donker niet het laatste woord heeft.
En Paulus maakt het nog praktischer: Doe het oude zuurdeeg weg, staat er in de tweede lezing.
Zuurdesem is klein, maar het werkt door in het hele deeg. Zo kunnen kleine zure dingen in ons ook doorwerken: een wrokje dat je vasthoudt, een cynische toon, een gewoonte om mensen te labelen, een oud verhaal over jezelf. “Ik kan dat toch niet”, “ik ben niet genoeg”, “er komt toch niets nieuws meer”. Paulus zegt: haal het eruit. Niet omdat je jezelf moet bewijzen, maar omdat Pasen je een nieuw begin geeft: “Sta op. Wees nieuw deeg.” Licht schept ruimte door het oude los te maken. Niet met geweld, maar in liefde. Met eerlijk kijken. Met vergeving. Met opnieuw beginnen.
Als je je leven voorstelt als een huis met verschillende kamers. Dan zal er altijd een kamer zijn waar de zorgen wonen, waar je verdriet woont, je gemis, je angst. Er zijn misschien momenten in je leven dat je hele huis gevuld lijkt met die éne pijnlijke kamer. Dan zie je niets anders meer dan jouw verdriet, je ziekte, je pijn. Maar er zijn méér kamers in het huis! En anderen zullen je helpen naar die kamers te gaan. De andere leerling…
En stukje bij beetje zullen die andere kamers meer ruimte innemen. De kamers van vriendschap, van liefde, van aandacht, van eerlijkheid. De kamers waar je weer zingen kunt, waar de zon binnen kan schijnen. En dat is wat Pasen betekent! En zo schep je, met elkaar, ruimte om op te staan en in je leven te doen wat goed is.
Misschien is dit de vraag die je mee naar huis mag nemen: Waar wil het Licht van Christus in mijn leven ruimte scheppen? Welke steen mag weg? Welk oud zuurdeeg mag eruit zodat ik lichter kan leven? En misschien zeg je: “ik weet het niet”, weet dan dat je in goed gezelschap bent. Want op Paasmorgen begreep nog niemand het. Maar er was wel al een opening, er was al wel een streepje licht.
Moge de verrezen Christus, op deze dag van Pasen, ons léven geven. Opdat we ons openen, daar waar we dicht zijn gegaan, dat we ons verzoenen waar we hard zijn geworden. Opdat het Licht kan stromen, het Licht dat ruimte schept.



