
Het levende brood
Overweging van René Dinklo OP, 7 jun 2026
Eerste lezing: Deuteronomium 8, 2 - 3 & 14b - 16a
Evangelie: Johannes 6, 51 - 58
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Op de voorkant van onze kanselbijbel staan de volgende woorden vermeld: “In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God.”
U kent deze tekst vast en zeker als het begin van het Johannes evangelie.
Het Woord wordt hiermee verbonden met God. Sterker nog het Woord wordt vereenzelvigd met God. En even verder in het Johannes evangelie lezen we dat het Woord vlees geworden is. God is in het vlees gaan wonen van de mens Jezus van Nazareth.
In het evangelieverhaal van vandaag gaat het vooral om het beeld van het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Hij zegt over zichzelf: ‘Ik ben het levende brood.’
Of het nu gaat om het Woord dat onder ons is komen wonen, of het levende brood dat uit de hemel is neergedaald, het zijn allemaal beelden van nabijheid van God. God is niet zo zeer een verre God zetelend in den hoge, maar een God die is verschenen in een mens. En daarom is God ook een nabije God die meeleeft met mensen, die meelijdt met mensen, die meelacht met mensen.
Het hele evangelieverhaal van vandaag staat overigens bol van de beeldtaal.
En de beelden die Jezus gebruikt zijn soms nogal plastisch: ‘mijn vlees is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank.’ Geen wonder dat bij de aanvang van de jonge kerk, sommige buitenstaanders dachten dat de volgelingen van Jezus iets hadden met kannibalisme!
Maar laten we vandaag vooral stil staan bij het beeld van het brood.
Wanneer wij horen over brood uit de hemel, dan roept dat vooral het verhaal in ons op van het manna dat uit de hemel kwam voor het volk van God dat rondliep in de woestijn.
Het brood uit de hemel was Gods antwoord op het gemor van het volk. Het was een manifestatie van God zodat het volk wist wie hun God en leidsman was. De God die even later op de berg Sinaï tot Mozes sprak en hem de Tien Woorden meegaf.
Het is als met de profeet Elia die uitgeput lag onder de bremstruik en verlangde naar de dood. Maar een engel bracht hem brood en nodigde hem uit om te eten. En Elia vervolgde zijn reis en ging verder met het uitdragen van Gods Woord.
Brood houdt ons gaande, het is voedsel voor onderweg op onze eigen levensreis. Brood houdt dus een belofte van leven in.
Opmerkelijk genoeg maakt Jezus nu een nadrukkelijk onderscheid tussen het brood uit de hemel van de voorouders en het brood uit de hemel dat hijzelf is. Het manna heeft de voorouders wel gaande gehouden op hun tocht, maar ze zijn ook gestorven, maar wie eet van het brood dat Jezus zelf is, zal eeuwig leven.
Het ene hemelse brood wordt gezet tegenover het andere hemelse brood. En dit is alleen maar te begrijpen wanneer we beseffen dat de schrijver van het bewuste gedeelte van de evangelietekst de eucharistie op het oog had.
In het laatste avondmaal geeft Jezus aan de gewone rituelen van het joodse pesachmaal een bijzondere betekenis. Het delen en eten van het brood en het zegenen en rond laten gaan van de wijn. Het is een samenvatting geworden van zijn leven. Hij heeft zijn leven gedeeld, uitgedeeld. Hij is tot het uiterste gegaan.
Brood staat voor vlees, wijn staat voor bloed en vlees en bloed staat voor de hele mens. Als ouder heb je het misschien ook wel eens over je eigen vlees en bloed als je wilt verwijzen naar je kind.
Jezus had een intieme relatie met zijn ‘abba’, zijn papa: ‘zoals U, Vader, in mij bent en ik in U’. Deze mystieke eenheid tussen God en Jezus is echter niet exclusief.
Door de bijzondere lading die Jezus meegeeft aan zijn avondmaal, wil hij ons laten delen in die eenheid. Door te leven naar het voorbeeld van Jezus hebben wij deel aan hem en dit wordt gesymboliseerd en tot in de kern samengevat door het deelnemen aan de eucharistie of door deel te nemen aan de tafel waar Jezus zelf de gastheer is.
Met andere woorden:
Jezus is het vleesgeworden Woord. Het Woord dat God is. Of het brood dat uit de hemel is neergedaald. Dit is een verticale verbinding.
Jezus nodigt vervolgens ons uit om brood te worden, Gods Woord handen en voeten te geven. Dit is een horizontale verbinding. Door die horizontale verbinding hebben we allen deel aan het ene brood.
Die horizontale en die verticale verbinding vinden hun knooppunt in Jezus en heel in het bijzonder in het delen van brood en wijn als een maaltijd ter herinnering aan Jezus. Dat is eucharistie.
Het is het dankzeggen voor het brood dat is ons mensenbestaan, dat wij delen met elkaar als een genadegave van God. Het is het ware voedsel dat het ware leven voedt tot heelmaking van onze gebroken wereld.
Delen en heelmaken, het zijn prachtige woorden, maar onze werkelijkheid is dat we vooral horen over de gebrokenheid van de wereld en de gebrokenheid van ons eigen mensenbestaan.
Het geloof geeft ons echter richting hoe we kunnen toewerken naar heelheid. De sleutel is liefde voor elkaar, liefde voor God en liefde voor de schepping en natuurlijk ook liefde voor jezelf.



