
Het hart brandend, de ogen open
Overweging van Jozef Essing OP op de derde zondag van Pasen, 19 apr 2026
Eerste lezing: Handelingen 2,14.22-32
Evangelie: Lucas 24,13-35
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Als ik u zou vragen: Hoe herinnert u zich dit verhaal, dan zouden velen, wed ik, zeggen:
Zij herkenden Hem in het breken van het brood. Inderdaad, dit evangelie zegt ons: besef dat de Heer in ons midden is, iedere keer als hier het brood gebroken wordt.
Toch is het opvallend, dat juist de twee leerlingen in het verhaal zelf
het anders benoemen: Brandde ons hart niet toen hij met ons de Schriften doornam?
Dat schijnt voor hen de kern van het gebeuren te zijn, alsof het verhaal wil zeggen:
het opengaan van hun ogen is te danken aan de verandering in hun hart.
Is het niet zo dat je ziet wat je wil zien, en dat zaken waar je hart niet bij is, je ontgaan?
Voor die twee leerlingen is belangrijk: ons hart is veranderd, van traag naar brandend.
Die verandering is het middenstuk van het verhaal, is er de kern van.
Het nieuwe inzicht is duidelijk niet hún voortbrengsel;
hun messiasverwachting was gefixeerd op een triomf over de Romeinse bezetter.
Het veranderingproces is teweeg gebracht door iemand die op hun pad kwam:
die hen de 'schriften' binnenleidt en daarin een draad oppakt,
die tot op dat moment, onopgemerkt door de leerlingen, is blijven liggen.
Zij waren vol van de 'machtige daden' die ene Jezus uit Nazareth verrichtte:
"dat hij het zou zijn die het volk zou bevrijden".
Maar hun held is door zijn eigen mensen aan de Romeinse onderdrukker uitgeleverd.
Weg is de droom, weer een grote verwachting niet uitgekomen. Ga maar naar huis.
En dan komt die vreemde er ineens bij: Jullie zitten opgesloten in je verwachting,
jullie blik is verkokerd en ziet enkel toekomst in macht die afdwingt.
Kijk eens goed naar onze geschiedenis als volk van God:
gaat de weg naar de vrijheid niet door verdrukking en ellende heen;
is de held die vooropgaat niet degene die alles te verduren krijgt,
niet een onkwetsbare triomfator? En Jezus onderbouwt dit vanuit de Schriften.
Hij staat niet stil bij enkele teksten die zijn dood en verrijzenis letterlijk voorspellen
Het is eerder zo dat dit blijkt, keer op keer, uit véle verhalen, liederen en gebeden.
Het best kunnen wij denken aan zoiets als een rode draad door de oude Boeken heen:
de weg van Gods kinderen, van mensen die een bijzondere opdracht krijgen.
Zij moeten “door water en woestijn” heen naar de beloofde overkant,
en zo een weg banen “voor velen”. Daarmee wordt een profiel geschetst,
het profiel van een “geroepene” of “uitgekozene”:
geen mens met invloedrijke relaties die een luxueus paleis bewoont
- met privileges die hem hoog boven de gewone man of vrouw uit het volk plaatsen -,
een 'sterke leider' die zijn wil oplegt, met steun van een grote gewapende macht.
Hij overschreeuwt anderen niet, blaast het soms zwakke vlammetje in hen niet uit.
Hij neemt de sores van anderen op zijn rug, houdt het uit, draagt het naar God toe.
In Jesaja 52-53 wordt zo iemand uitdrukkelijk in die bewoordingen getekend.
Mozes – die wij dit jaar volgden op de tocht met zijn volk door de woestijn – is zo iemand. Hij krijgt bij honger en dorst boze verwijten van het volk over zich heen.
En God werpt hem voor de voeten "Dat volk dat jij uit Egypte hebt geleid,
dat volk heeft mij ingeruild voor een god naar eigen maaksel en inzicht".
Maar Mozes, eenzaam tussen twee partijen in, blijft geduldig,
neemt het onhandelbare volk om zo te zeggen op zijn rug om het voor God te brengen,
en brengt naar het volk over hoe de Eeuwige het een nieuwe kans wil geven.
Wat de vreemdeling met de leerlingen doorneemt gaat niet exclusief over één persoon, het speelt al vanaf het begin van Gods volk, maar wordt volle werkelijkheid in Jezus; Hij is de “vervulling”.
Kern van het evangelieverhaal van vandaag is de verandering van hart
- nieuw inzicht in waar het om gaat, een andere verwachting.
Niet machtsuitoefening bevrijdt, brengt verder, maar de geduldige weg naar het hart.
Het 'open gaan van hun ogen' bij het breken van het brood is daarom meer
dan oppervlakkige herkenning in de trant van: 'Hé, zo deed Jezus; HÍJ is hier'.
Hun inzicht gaat verder: Dit breken van het brood, dit weggeven van zichzelf,
dit gebaar, niet dominerend, is de enige macht die echt bevrijdt en vrede brengt:
het is in staat, door alle geweld heen, het hart van de mensen te bereiken.
Hier is de echte Messias, de ware bevrijder.
Jezelf kwetsbaar maken voor anderen, hun lot meedragen, onder de aandacht brengen:
soms word je even gewaar, hoe krachtig dit is. Mij overkwam het afgelopen week,
toen ik de prijsuitreiking zag vanuit Middelburg van de Four freedoms award,
geïnspireerd door een speech (1941) van president Roosevelt, afstammend van Zeeuwen.
In aanwezigheid van de koning, de premier en nazaten van de familie Roosevelt
werden mannen en vrouwen naar voren geroepen die zichzelf op het spel zetten:
journalisten die in Gaza de waarheid naar boven halen, doelwit van beschietingen;
president Zelensky – vluchtte niet toen het kon en verbond zijn leven met dat van zijn volk;
Gisèle Pélicot – koos een openbaar proces: te kijk staan ten bate van misbruikte vrouwen.
Hun getuigenis raakte diep. Het raakt het hart; het wekt kracht en moed van binnen,
om niet weg te kijken, maar met de mogelijkheden die je hebt je in te zetten.
Er zijn genoeg christenen die, met de bijbel in de hand, geweld aanprijzen.
En het valt niet te ontkennen dat in de oude Boeken nogal wat geweld-teksten staan.
Maar Jezus is onze rabbi, onze exegeet. Hij doet voor
hoe wij teksten uit het oude Boek moeten lezen en in praktijk brengen:
niet de lijn van zelfverheerlijking, geweld en onderdrukking krijgt de voorkeur,
maar de rode draad die de Eeuwige uit het hart gegrepen is:
van naderbij komen, meedragen, uithouden, blijven hopen:
Het is de Dulder en Uithouder Jezus die op Paasmorgen
- door gesloten deuren niet tegen te houden - ons groet met: Vrede zij u.

Robert Zünd, De weg naar Emmaüs, 1877



