
Doe mij in de oogst geloven
Overweging van Corinne van Nistelrooij OP
Eerste lezing: Jesaja 5, 1- 7
Evangelie: Matteüs 21, 33 - 43
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
In ons kleine tuintje in Zwolle-Zuid hebben we een druivenplant. En ja… er komen jaarlijks een paar mooie trossen druiven aan! Druivenranken moet je koesteren. Je moet ze snoeien, mest geven, opbinden en water geven.
De strekking van de lezingen vandaag is dat je dat ook moet doen in het leven. Zorg voor de wijngaard die je bent, die je gegeven is, waarin jij mag zijn. De wijngaard waarin je groeit, waarin je vrucht mag dragen, is een oogst voor de Eeuwige.
Jesaja gebruikt het beeld van de wijngaard al zo’n 700 jaar vóór Christus. De Eeuwige die zijn land klaar maakte voor de oogst, maar teleurgesteld merkte dat de wijnranken alleen maar wrange vruchten voortbrachten. Wat Hij ook probeerde, Hij zag bij de mensen alleen maar onrecht waar Hij hoopte op recht. Zag Hij verkrachting in plaats van betrachting van recht. De desillusie was te groot, het volk verspeelde haar kansen en de Eeuwige trok zijn handen er vanaf. Daarmee gaf Hij vrij spel aan het kwaad dat met rasse schreden kwam opzetten. In de beeldtaal: de tuin werd vertrapt en verwilderd.
Die woorden van Jesaja waren ongetwijfeld, eeuwen later, nog altijd gekend bij de omstanders van Jezus. Maar de landheer waar Jezus het over heeft, is uitzonderlijk goed voor zijn wijngaard. Hij omheint het land met muren, plaatst een druivenpers en uitkijktorens op de hoeken van het land. Daarmee laat de Eeuwige precies zien waar het Hem om gaat en in alles klinken de woorden van Jesaja mee. Zo laat Jezus in de parabel God opnieuw beginnen met de wijngaard.
De muren rondom de wijngaard zorgen er voor dat de wijngaard niet wordt vertrapt of kaalgevreten. Ze geven de begrenzing, de richtlijnen aan, hoe te leven met de Eeuwige. De druivenpers geeft de mogelijkheid om wijn te maken van de druiven, en de wachttorens laten zien: Ik wil jullie behoeden en beschermen voor het kwaad dat van buiten komt. Maar de wachttorens beschermen niet tegen het kwaad dat van binnen groeit! Want wat blijft er over van ons mensen als het grote bezit en de macht lonkt? De wijnbouwers in het evangelie blijken misdadigers te zijn en zijn rücksichtsloos uit op eigen gewin.
Jezus vertelt deze parabel aan de hogepriesters en de oudsten van het volk. Natuurlijk zijn zij, de luisteraars van toen, net als wij, verontwaardigd over de ellende die de wijnbouwers aanrichten.
Wat een waardeloze pachters, ze verspelen het koninkrijk van God en verpesten de oogst! Zo reageerden de hogepriesters toen, en zo denken wij nu ook.
Ja, over een ander oordelen is makkelijk. Maar hoe zit het met ons zelf? Staat ónze wijngaard in bloei? Zijn er vruchten die geplukt kunnen worden? Wat kan er geoogst worden?
Op een dag als vandaag, op de 800e sterfdag van de H. Franciscus, moet ik aan hem denken. Hij ontdekte namelijk iets wat wij gemakkelijk kwijtraken: dat het er in het leven niet om gaat te behouden wat we bezitten, maar open te staan voor dat wat komt. Franciscus kon dankbaar zijn voor een vogel die zingt. Voor de zon, voor water, voor de aarde, voor een eenvoudige maaltijd. Hij noemde de schepping zijn broeder en zuster. Niet omdat hij de werkelijkheid romantiseerde. Franciscus kende ook ziekte, armoede, pijn en verlies. Maar hij bleef geloven dat onder en door alles heen een goedheid aanwezig is. Hij bleef kijken met de ogen van iemand die verwacht dat God iets goeds aan het bereiden is. Franciscus gelóófde in de oogst. Niet omdat alles in zijn leven altijd goed ging. Maar omdat hij vertrouwde op God.
“Doe mij in de oogst geloven”, gaf ik als titel voor deze viering mee. Dat is een regel uit een gedicht van Adriaan Roland Holst. Het klinkt als een gebed. Geloven in de oogst is immers niet zo eenvoudig. Wij leven vaak met wat er níét gelukt is. Met wat verdord is, met wat verloren ging. Met mensen die niet meer bij ons zijn. Met plannen die anders liepen dan gedacht. Met woorden die we hadden willen spreken en nooit gesproken hebben. Wie naar de wereld kijkt, kan soms gemakkelijk zeggen: Waar is die oogst dan? Waar is het goede resultaat van al ons zaaien? Waar blijven de vruchten om tot wijn te persen? Maar dan is het goed om ons te realiseren dat de uiteindelijke, volle taak die we hebben, groter is dan wijzelf.
Wij allen kunnen een kleine bijdrage leveren aan het komende koninkrijk van God. Want dat wat wij hier op aarde doen wordt de eeuwigheid in gedragen. En als we dat op een goede wijze doen wordt het onderdeel van de volmaakte wereld waarnaar ons hart uitgaat.
Roland Holst zegt het zo:
Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien.
Moge het zo zijn.



