
Bouw mijn Kerk op
Overweging van René Dinklo OP, 26 apr 2026
Eerste lezing: Uit het boek Handelingen 2, 14a.36 – 42
Evangelie: Johannes 10, 1 - 10
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
De kerk viert dit jaar een jubileum of preciezer gezegd onze franciscaanse broeders vieren dit jaar een jubileum, namelijk de 800ste sterfdag van hun ordesstichter Franciscus. Deze kloosterorde ontstond net een paar jaar eerder dan de dominicanen en tussen dominicanen en franciscanen bestond van begin af aan een warme band tot nu toe. Zo was ik een jaar geleden als dominicaan gespreksleider van het provinciaal kapittel van de franciscanen in Nederland en Vlaanderen.
Ik neem u mee naar een fragment uit de levensbeschrijving van Franciscus. De franciscaan Thomas van Celano beschrijft het volgende moment in het leven van Franciscus wanneer hij neerknielt voor het kruis in het vervallen kerkje van San Damiano even buiten Assisi. Het vormt een keerpunt in zijn leven, een mystiek ontwaken en het ontsteekt in hem een nieuwe verte. Hij schrijft:
‘Innerlijk was Franciscus al volmaakt een ander mens. Ook uiterlijk zou hij nu snel een ander worden. Juist in die periode liep hij op een dag langs het kerkje van San Damiano dat op instorten stond en door niemand meer bezocht werd. Door een ingeving van Gods geest ging hij ernaar binnen om te bidden. Onderdanig en devoot wierp hij zich voor het kruisbeeld op de grond. Hij ervoer dat God hem ongewoon nabij was en voelde zich een ander mens dan op het moment dat hij was binnengekomen. En terwijl hij in zo’n stemming was, gebeurde er iets ongelofelijks. De geschilderde afbeelding van de gekruisigde Christus begon opeens zijn lippen te bewegen en tegen hem te spreken. Hij riep hem met naam en toenaam en zei: ‘Franciscus, ga mijn huis herstellen dat, zoals je ziet, helemaal in puin ligt.’
Franciscus stond te trillen op zijn benen en was totaal verbijsterd. Het leek wel of hij bij het horen van die woorden van zijn verstand beroofd was. Maar bereid om te gehoorzamen schikte hij zich helemaal naar de opdracht.’
Tot zover de beschrijving van Thomas van Celano.
Later begreep hij dat de woorden van Jezus die hem geopenbaard waren in de opdracht ‘Bouw mijn kerk op’, niet alleen verstaan diende te worden in letterlijke zin – het restaureren van het vervallen kerkje – maar ook in overdrachtelijke zin: het opbouwen van de geloofsgemeenschap van Jezus Christus.
Wat zien we gebeuren in dit moment uit het leven van de heilige Franciscus?
Franciscus geeft gehoor aan Gods roepstem door tijd voor hem vrij te maken, door te gaan bidden.
Franciscus zelf bevindt zich in een bepaalde gemoedstoestand waardoor hij zich optimaal kon openen om de roepstem van de Heer te horen.
En Franciscus hoorde vervolgens wat de Heer aan hem vroeg en hij voerde deze opdracht uit.
Je ziet hier perfect gebeuren wat in het evangelieverhaal staat beschreven, namelijk dat de herder en de schapen zich op elkaar hebben afgestemd.
Naast dit roepingsverhaal van Franciscus kunnen we de lezingen van deze zondag zetten waarbij Petrus en Jezus mensen roept.
Petrus nam het woord namens de apostelen die bij hem aanwezig waren. We horen als lezing een fragment uit die toespraak. Petrus moet hebben gesproken als een begeesterde man. En dat werkte aanstekelijk! Hij beloofde aan zijn toehoorders dat zij ook de gave van de heilige Geest zouden ontvangen als ze zich zouden bekeren en vervolgens lieten velen zich dopen.
Onze tijd ervaren we als chaotisch en verwarrend, maar de eerste eeuw, de beginjaren van het christendom waren eveneens verre van evenwichtig. Er waren verhitte discussies binnen het Jodendom en tussen heiden-christenen en joden-christenen, er waren allerlei discussies binnen en tussen verschillende geloofsgemeenschappen van Jezus die soms hoog opliepen, het land was bezet door een vreemde mogendheid, de tempel in Jeruzalem was verwoest, er waren vele rondtrekkende predikers die inspeelden op de verwarring en een eigen toekomstperspectief voorspiegelden aan mensen met geestelijke honger. Tegen deze achtergrond mag je de evangelielezing van vandaag plaatsen: Er zijn dieven en rovers die komen om te vernietigen, maar Jezus is gekomen om leven te geven en wel in overvloed.
In de beeldspraak die Jezus gebruikt, heeft hij het over de deur van de schaapskooi, maar Jezus gaat zelfs verder als hij zegt: ‘Ik bèn de deur.’ Als je Jezus volgt – door zijn deur naar binnengaat – , ben je geen dief of rover, maar ben je uitgenodigd om zèlf herder te zijn. Jezus zegt immers: ‘Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.’ Zo mogen we Hem navolgen.
Mensen zijn uitgenodigd om herder voor elkaar te zijn, maar hèt beeld van de goede herder is Jezus. Kenmerkend is dat de schapen de stem kennen van de goede herder en hem op basis van die stem volgen en de herder kent zijn schapen. Herder zijn voor schapen, betekent je optimaal afstemmen op elkaar, elkaar in de ogen zien, om in elkaar te zien dat je kind van God bent.
Zusters en broeders, beste mensen,
Roeping gaat om twee zaken, namelijk een algemene roeping en een bijzondere roeping. De algemene roeping is dat we herder voor elkaar mogen zijn, hoeder van elkander omdat we allen kind van God zijn. En daarnaast bestaat er de bijzondere roeping. Wat vraagt God van je in jouw leven of op dit moment in je leven?
Het vraagt om rust en uitzuivering, om in gebed te brengen wat God van je vraagt en om vervolgens daarop van binnenuit daar ‘ja’ op te zeggen.
Maar hoe weten we dat God iets van ons zou vragen? Het antwoord hierop is dat God ons altijd probeert te vinden. We hoeven ons alleen maar open te stellen om zijn roepstem te horen. En die roepstem is niet vrijblijvend, maar vraagt om een antwoord. Daarom sluit ik af met het volgende gebed van Franciscus:
Hoogste, roemrijke God,
verlicht de duisternis van mijn hart
en geef mij het ware geloof,
de gegronde hoop
en de onverdeelde liefde,
het aanvoelen en de kennis, Heer,
om uw heilige en waarachtige opdracht
te kunnen uitvoeren.



