
Feestje?
Overweging van Jacqueline Huizinga OP
Eerste lezing: Jesaja 25, 6-10a
Evangelie: Matteus 22,1-14
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je alle overwegingen.
Overweging
Wie iets te vieren heeft, wil vreugde delen.
Uiteraard kun je niet iedereen uitnodigen.
Dus vraag je familie en beste vrienden.
Nu is Suus net gescheiden van Guus.
Suus komt niet als Guus komt.
Truus is beledigd omdat ik haar niet,
en Suus wel uitgenodigd had.
Sorry, Truus, natuurlijk ben jij welkom.
Maar voor haar hoeft het niet meer.
Suus voelt zich verlegen.
Ze komt eventjes, want toch al niet in feeststemming.
Guus komt niet.
Wat een gedoe.
Ik hoor u denken: Houdt Jacqueline wel van een feestje? Jazeker….
Maar Houden Jezus en Matteus ook van een feestje?
Onze parabel lijkt meer op een vendetta, moorddadige afrekening.
Geen feest!
En dát voor de schrijver en de hoofdpersoon van het Evangelie.
Hoezo Blijde boodschap?
Als Matteus het Evangelie schrijft is de tempel, het hart van de stad, door de Romeinen verwoest. Matteus beschrijft hoe Jezus temidden van de oplopende spanningen steggelde met zowel het joodse als het romeinse gezag.
Ons verhaal speelt zich af nadat Jezus als nieuwe koning in Jeruzalem feestelijk is binnengehaald. De sfeer is te snijden.
Jezus weet dat ze hem willen uitschakelen,
net zoals met Johannes de Doper was gebeurd.
Hij geeft de Hogepriesters en Farizeeën er flink van langs.
Zíj maakten een feest onmogelijk.
Dit is geen simpele tegenstelling tussen Jezus en de Joden.
Jezus zelf was joods.
Het is van alle tijden dat dissidenten en oppositieleden bij autoritaire leiders hun leven niet veilig zijn. Machthebbers toen en nu verdragen slecht kritiek. Vooral als deze van binnenuit komt.
Zo werden ook in Israël profeten uitgeschakeld, want zij verwoordden onwelgevallige tegenmacht.
Werd er maar meer naar geluisterd!
Ook de profeet Jesaja was kritisch over leiders die hun macht vergrootten ten koste van het volk.
In onze eerste lezing verpakt hij die kritiek in een bemoedigend visioen. Maar let op: Hij voorspelt dat God zelf de waas van kortzichtigheid (!) zal wegnemen. Niet de machten, maar God zal het volk redden, en de tranen wissen.
God bereidt een gastmaal voor ALLE volken.
Met de beeldspraak van een bruiloft wijzen Jezus en Matteus terug naar de profeten.
Zij noemden Israël Gods bruid, wanneer het trouw is aan Gods visioen van vrede. Dan draagt Israël een bruidskleed.
Terug naar de parabel
Een Koning nodigt gasten uit voor de bruiloft van zijn Zoon. Je denkt meteen aan de Vader, en Jezus zelf. De Koning wordt geschoffeerd als de eerst-genodigden de uitnodiging afslaan en zijn dienaren doodden.
Maar Hij laat zich niet weerhouden. Alles voor het feest staat klaar. Iedereen, alle verloren schapen, tollenaars, buitenstaanders zijn welkom. Maar uitsluitend in de juiste kleding? Hoe dan?
Bedoeld is dat profetische bruidskleed van toewijding aan Gods visioen.
Wie dat niet draagt, wordt uitgestoten. Naar het land van spijt, berouw, en wroeging.
Dat is hard en ongemakkelijk. Want hoewel we uitgenodigd zijn, zijn ook wij niet vanzelfsprekend al binnen.
Net als Guus, Suus en Truus op dat moeizame feestje, reageren wij mensen immers heel verschillend op de uitnodiging van het Evangelie. Waar de een er meteen op afgaat, laat een ander het voorbij gaan.
Ook jij kunt afwachtend zijn, niet in de stemming door twijfel, verdriet, spijt… We zijn niet voortdurend in feeststemming.
Van harte welkom heten en van harte welkom zijn gaat niet vanzelf Voel ik me wel op mijn gemak bij een feest met “Jan, Heleen en Iedereen?”
Is er ook begrip voor de gevoelens van Truus, en van al die genen die op het 2e plan komen? Vanwege andere kleren, vanwege een naam die altijd in de verkeerde kaartenbak belandt, vanwege je beperking waarmee je je steeds opnieuw moet bewijzen?
- En als je wél meeviert, wat heb je dan aan?
Het gaat in het Evangelie niet om je zondagse pak of je vrijetijdskloffie. Ook niet over de ware leer, je kerkgang, politieke kleur, of je goede manieren.
Het bruidskleed dragen betekent in profetische taal: oprecht bereid zijn, je toevertrouwen aan Het Koninkrijk der Hemelen.
Jezus vraagt hier onze hand. Maar het is me nogal een aanzoek.
Immers; Jezus zelf wordt enkele dagen later, van zijn kleren beroofd, gekruisigd, verstoten door wereldse en religieuze machten.
Hij ondergaat wat Hij in de parabel schetst.
“Nedergedaald ter helle”, zegt de traditionele geloofsbelijdenis.
Net als de Koning in de parabel laat Hij het daar niet bij zitten.
In opperste kwetsbaarheid zal Hij al wie ‘nergens zijn’ uit de diepte ophalen:
Zij die buitengesloten waren, of achtergesteld,
Zij die hunkeren naar gerechtigheid.
Verrezen uit het dodenrijk delft Hij op wie zuiver van hart zijn, zoals alleen Hij dat kan.
Zo kan ook jij, kunnen ook wij “opgehaald” worden.
Hij reikt de hand als we kwetsbaar zijn, verdrietig, boos, vertwijfeld of in rouw;
Hij schenkt je het kleed van Vertrouwen, Hoop Liefde.
Dát is de Blijde Boodschap.
De Tafel wordt gedekt, Hij reikt je de hand, de feestkleren liggen klaar.. Trek je die aan? Jesaja, en Jezus zelf nodigen ons ertoe uit.



